Over gewicht

Te dik. Ze was veel te dik. Dat had de arts gezegd.
Als ze zo door zou gaan, zou ze het volgende jaar waarschijnlijk niet halen.
Diabetes. Hart en vaatziekten. Versleten gewrichten. Hij had het hele riedeltje een keer of vier herhaald.
Natuurlijk wist ze het. Ze had ook ogen in haar hoofd.
En nee, traplopen ging bijna niet meer. Dus bleef ze meestal beneden.
Of ze teveel snoepte? Vroeg hij.
Nee, natuurlijk niet.
Vet eten misschien?
Ja, vette vis, maar dat was toch juist goed? Of niet soms?
Ze moest meer bewegen, want dat schortte eraan.
De hele dag op de bank liggen, was natuurlijk niet goed. Dat had ze ook wel door.
Maar wat?
Sportschool? Geen optie.
Zwemmen? Had ze een hekel aan.
Wandelen?
Marion zuchtte diep.
‘Te dik, uw kat is veel te dik.’
Dat had zij weer. Een obesi-kat.
Ze sloeg haar handen voor de ogen.
En daardoor zag ze niet dat de dikke poes toch nog soepel genoeg was om via een stoel op tafel te springen om de kaas van haar brood te eten.

Mol of Molesley

Dat was een dilemma, afgelopen zaterdag.
Kijk ik ‘Wie Is De Mol’ of wordt het de aller-allerlaatste aflevering van Downton Abbey. Een dubbele ook nog eens. Even was de IQ test nog een optie, maar een aantal jaren geleden heb ik daar zo’n mooie score op gehaald, die wil ik maar niet meer naar beneden halen met een nieuwe test.
Het werd uiteindelijk de Mol. Want wees eerlijk: je kan beter van tevoren weten dat Lady Edith het huwelijksbootje in is gestapt, dan dat de eerste afvaller van WIDM al bekend is, voordat je nog maar 1 minuut hebt gezien.
De mol dus.
De eerste afleveringen zijn altijd wat onwennig. Je kent de kandidaten meestal niet. (Hoeveel onbekende bekende Nederlanders zijn er wel niet?!) De spanning zit er ook nog niet echt in. Nog geen bondjes of gestolen molboekjes. Een aanloopje dus naar negen weken genieten voor de buis. Ik vertrouw Marjolein niet, al was het alleen al dat een vrouw van mijn leeftijd er nooit zo goed uit kan zien in een kort broekje als zij. Ook Taeke doet raar. Hoezo: ‘Mensen zijn belangrijker dan geld!’ Maak dat de kat maar wijs. En dat was precies de titel van de aflevering: Wijsmaken.
Geen afvaller deze week. Gelukkig maar, kan ik de kandidaten eerst eens beter leren kennen.
Zondag keek ik dan de finale van Downton Abbey. Een kerstaflevering, en dan weet je natuurlijk al dat het allemaal zoetjes wordt en goed gaat aflopen. En dat vond ik een beetje jammer.
Wat miste ik het gekibbel tussen de zussen Crawley. De vileine opmerkingen van mr. Barrow. Zelfs de douairière was zo mak als een lammetje. En ja, lady Edith trouwde haar markies, de Batesjes zat het eindelijk ook eens mee en kregen een gezonde zoon. Mr. Molesley verruilde zijn functie als footman voor die van onderwijzer. Voor Tom Branson blonk er wat liefdeslicht aan den einder (of dat heb ik niet goed begrepen). Zelfs Daisy kwam aan de man en leek met haar nieuwe hairdo totaal niet meer op een keukenmeid. Maar het idiootste  opmerkelijkste was toch wel dat de nieuwe echtgenoot van Mrs. Crawley stervende was en ineens niet meer bleek te mankeren dan een ordinaire bloedarmoede.
Al met al een licht teleurstellend einde van een verder schitterende serie.
Toch goed gekozen voor de mol. Waar het er misschien ook wel vriendelijk aan toe gaat, maar in ieder geval niets is wat het lijkt.

Blootsvoets

Ik ben zo blij met mijn supermarkt. Onze grootgrutter denkt altijd met ons mee. Niet alleen in het aanbieden van producten. Ook voor de algehele winkelbeleving kan ik bij hem terecht.
Zo kun je de laatste tijd zonder schoenen winkelen. En dat is geweldig voor iemand zoals ik die graag op blote voeten loopt.
Bij de ingang van de winkel staat een grote tafel en daar kun je je schoeisel kwijt.
Direct merk je het al: dit is zo bevrijdend! Je aardt direct en je voelt je een met de vloer.
Voetzolen zijn ook zeer gevoelig. Goed of slechte vibes komen direct binnen. Op de versafdeling bijvoorbeeld voelt de vloer heerlijk warm en zacht aan, alsof je op een tropisch strand loopt. Kom je bij het vlees, wordt de vloer aangenaam stevig. De vloer bij de vis voelt als een kabbelende beek en bij het brood loop je door een korenveld. Afdeling koek-en-snoep is koud en scherp. Geen goede omgeving dus voor je, snel wegwezen.
Je merkt het aan je inkopen. De kar ligt alleen maar vol verantwoorde voedingsmiddelen. En zelf ben je helemaal zen.
Tot aan de kassa’s, daar is het kil.
Logisch.
Maar dat geeft niet, want niet veel later kun je toch je schoenen weer aantrekken.
Als het goed gaat.
Want laatst liep ik richting schoenentafel, was die verdwenen! De schoenen waren op een grote hoop bij de winkelwagentjes gestort.
Chagrijnig begon ik de berg te doorzoeken. Zonder resultaat. Weg sneakers. Weg zen.
Verdikkie! Op blote voeten lopen is natuurlijk heerlijk, maar niet in kou en regen.
Even kwam ik in de verleiding een willekeurig paar te pakken en daarmee weg te lopen, tenslotte had een ander dat met de mijne ook gedaan, maar deed het toch maar niet. Er zat niets anders op dan blootsvoets naar huis te gaan…..
Je droomt raar op oliebollen.

Een gelukkig nieuwjaar allemaal!

Vol verwachting klopt ons hart

Vol verwachting klopt ons hart. En dan doel ik niet op het heerlijk avondje van morgen, want het sinterklaasfeest slaan we dit jaar over.
Nee, hier kloppen onze harten al een tijdje verwachtingsvol voor de geboortes van twee kleinkinderen.
Twee weken geleden mochten we kleinkind nummer vier begroeten. Rodin, een prachtige en gezonde dochter voor Zoon en Schoon. Lief zusje voor Jade. Het was weer liefde op het eerste gezicht. Wat een heerlijkheid.
Inmiddels zitten we weer in spanning, want An was afgelopen maandag uitgerekend. Maar de baby heeft andere plannen en vermaakt zich nog prima in de buik van mama.
Op mijn werk wordt er geweldig meegeleefd. Iedere dag opnieuw de vraag: ‘En? Is er al wat?’
Natuurlijk gaan dan de gesprekken over baby’s en bevallingen. En hoe oud de bewoonsters van het verzorgingstehuis ook zijn, ze weten zich nog perfect hun bevallingen te herinneren. Maar ook de slapeloze nachten en opvoedperikelen. We zijn het dan ook hartgrondig met elkaar eens, dat kinderen weliswaar heel leuk zijn, maar kleinkinderen geweldig!
‘Als ik geweten had dat kleinkinderen zo leuk waren, was ik er meteen aan begonnen’
Deze tekst kreeg ik laatst toegestuurd door vriendin-en-collega-oma.
Maar ja, als we niet eerst kinderen hadden gehad, waar hadden oma’s dan grijze haren van moeten krijgen?
Vol verwachting klopt ons hart. En ik hoop dat we morgen toch een heerlijk avondje krijgen en kleinkind nummer vijf kunnen bewonderen.IMG_9829

Jade met Rodin

Nuttige rommel

Al zo lang ik mijn eigen huishouden bestier –en dat is nu al ruim dertig jaar- heb ik de droom, dat alles wat er in ons huis aanwezig is ook nut heeft. Geen overbodige rommel. Alleen nuttige voorwerpen en de nodige dingen om van een huis een thuis te maken. (Ik noem dat: verantwoorde prullaria.)
Ieder jaar neem ik me weer voor om in de opstapelende hoeveelheid meuk schoon schip te maken.
En ieder jaar gaat dat weer de mist in.
O zeker; zo af en toe neem ik een kast onder handen en doe ik een groot gedeelte van de inhoud weg. Afgelopen zomer nog heb ik  een groot aantal tassen weggedaan. Want zeg nou eerlijk: wie heeft er nu twaalf handtassen nodig? Niemand toch? Vooral niet wanneer je  nummer dertien al uitnodigend in de winkel hebt zien hangen.
Ook zo’n dingetje: in de grote kamerkast staat het bij elkaar verzamelde glasservies van de Albert Heijn nutteloos te pronken. De glazen zijn te groot en passen niet in de vaartwasser en ik ben te lui zo’n glas met de hand af te wassen. Maar om ze nou te laten staan voor die enkele verjaardag…..? Kringloop dan maar?
En dan hebben we natuurlijk de zolder.
Zo’n plek waar gemakkelijk een hele huisraad vermist kan raken.
Vorig jaar heb ik die eens grondig aangepakt. Een aanhangwagen vol vergeten spullen verdween richting stort en kringloop.
Tevreden nam ik deze week de periodieke inspectie af.
Hoewel  er inmiddels weer het nodige is bijgekomen, is er het afgelopen jaar toch een hele hoek leeggeraakt en dat zonder de kringloop, stort of marktplaats te belasten. Die spullen staan nu beneden in de woonkamer heel opzichtig  te genieten  van hun tweede leven als speeldorado voor de kleinkinderen.
Wel rommel natuurlijk, maar heel nuttig!

Sebastiaan

De weg kwijt

‘Oh Evert, wat moeten we nu? We hadden nooit naar de kinderen moeten luisteren. Turkije! Wat dachten we helemaal. Dat is leuk voor hen, maar wij zijn daar veel te oud voor. Waren we maar gewoon naar Drenthe gegaan. Daar weten we de weg. Nu zijn we hier nog geen dag en al hopeloos verdwaald.’
‘Nou hopeloos….?’ regeerde de man, ‘Het hotel kan nooit erg ver zijn, tenslotte zijn we nog maar zeven minuten onderweg.’
‘Ja, maar toch. Ik begrijp helemaal niets van de taal. En volgens mij wonen hier alleen maar Moslims, die hebben een hekel aan westerlingen, daar heeft iedereen het over. Waren we maar naar Friesland gegaan. Of Limburg. Daar zijn we ook nog nooit geweest. Lijkt heel erg buitenlands en de mensen daar zijn beter te verstaan dan hier. Oh Evert, wat moeten we nu?’
Evert peinsde even, pakte zijn vrouw bij de hand en liep een bakkerij binnen.
Günaydin,’ zei de bakker.
‘Wat zegt hij Evert?’
‘Geen idee,’ mompelde die. Hij legde een briefje met het adres op de toonbank.
De bakker reageerde met wilde gebaren.
Evert keek de Turk niet-begrijpend aan.
De man streek eens over zijn hoofd, liep toen om de toonbank heen en gebaarde de Nederlanders hem naar buiten te volgen. Vervolgens sloot hij de winkel af en liep naar een oude auto.
‘Oh Evert, we worden toch niet ontvoerd? Dat hoor je zo vaak.’
De chauffeur sloeg twee keer rechtsaf, ging een keer links en stopte voor het gewenste hotel.
Het stel haalde opgelucht adem. Evert wilde hun redder wat geld geven, maar daar wilde de bakker niets van weten.
‘No no, you were lost. I help you.’
De man toeterde en reed weg.
‘Volgens mij vallen die Moslims best wel mee, Evert.’
‘Laten we maar koffie halen, Lies.’

Geschreven voor WE-300 van Plato: nadenken