Downsizen

Je hoort het steeds meer: mensen gaan van groot naar klein.
Was jaren de trend: the bigger the better! nu geldt: klein maar fijn.
Geen groot, groter, grootst huis meer, maar een minimaal huisje niet veel groter dan een schuur is het ideaal.
En weet je: het lijkt me helemaal te gek.
Ieder jaar wanneer we van een kampeervakantie terug kwamen in onze riante woning, vroeg ik me af wat we toch in vredesnaam met dat enorme huis en dito inhoud deden. Hadden we de ruimte gemist? Hadden we de afgelopen weken steeds misgegrepen? Nee. We leefden heerlijk primitief en vooral buiten.
En daar zit ‘m voor mij nou de crux.
Want ja: doe mij maar een eenvoudig klein huisje (liefst op het strand) en zo min mogelijk spullen (lekker weinig schoon te maken). Maar ik weet ook dat ik onuitstaanbaar wordt als het rotweer is, we niet naar buiten kunnen en mijn lief en ik elkaar finaal op de lip zitten. Ik vrees dat ik dan heel snel in mijn eentje in mijn tiny huis zit weg te chagrijnen.
Geen hutje voor mij dus, wel minder spullen.
De grote schoonmaak is weer begonnen. De kringloop moet waarschijnlijk upsizen en zoals in voorgaande jaren beloof ik mezelf niets meer aan te schaffen.
Maar nog eerst even die kerstcadeaubonnen er doorheen jagen.

Advertenties

De laatste week van het jaar

De week tussen kerst en oud en nieuw is misschien wel de fijnste van het jaar.
De hectiek van de feestdagen is voorbij en de gekte van de jaarwisseling moet nog komen.
De zaak is gesloten en ik heb allerlei vage plannen die te maken hebben met het uitmesten van het huis, maar waar nog absoluut niets van terecht is gekomen.
Een week waarin we stil lijken te zijn gezet tussen verleden en toekomst. Waarin door de media veel wordt teruggekeken op het afgelopen jaar.
Ook bij mij dwalen de gedachten onvermijdelijk terug.
We hebben fijne reisjes gemaakt, naar Ameland in het voorjaar en in de zomer reden we door Duitsland, Tsjechië, Oostenrijk en Hongarije. En niet te vergeten de ontspannen week op Cyprus met Mojo in oktober.
We kunnen terugzien op de geboorte van Vesper, de derde dochter van Zoon en Schoon en de zwangerschap van San, allebei een onverwacht, maar welkom cadeautje van de Schepper. Het jaar waarin we na 34 jaar weer met ons tweetjes onder een dak wonen en het nog wonderwel bevalt ook!
Maar het was ook een jaar waarin verdrietige en zorgelijke dingen gebeurden. Dingen die hun schaduw vooruit werpen.

De kalender is bijna volgekrabbeld. De nieuwe hangt al aan de muur. Nog bijna ongeschreven en wit als versgevallen sneeuw.
Het duurt niet lang meer of de eerste voetstappen zullen het sneeuwdek verstoren en  hun verschillende indrukken achterlaten op weg naar weer een nieuw jaar.
Ik wens jullie lichte voetstappen. Danspassen. En bij zware stappen of slepende tred, de voetstappen van iemand die dicht naast je met je meeloopt.

 

Dag Sinterklaasje!!

6 December.
De dag dat Sinterklaas geruisloos uit ons land verdwenen is.
De buit is binnen. Daar is de uitgang!
De winkels zijn al van ieder spoor naar de goedheiligman ontdaan.
Geen pepernoot of chocopieten meer, maar konijnenbouten en luxe desserts
Sinterklaas moet plaatsmaken voor de kerstman. Die moet nu gaan zorgen voor een miljoenen omzet.
Bij sommigen staat de kerstboom zelfs al in huis.
En van mij mag het.
Voor het eerst in mijn leven heb ik geen sinterklaasfeest gevierd.
Geen intocht gekeken met een bak vol pepernoten op tafel en een lichte spanning in mijn lijf.
Geen lootje getrokken.
Geen nachten liggen malen over de te maken surprise.
Geen gedichten.
Geen cadeautjes.
Geen Heerlijk Avondje…
Niets van dit alles.
Sinterklaas reed gewoon heel stilletjes ons huisje voorbij.
En het gekke is: het deed me niets.
Sinds de oude Sint vertrokken is, kon mij de intocht al niet meer boeien. Waar was de waardige Sinterklaas gebleven, die geen ‘Hoi!’ riep, maar zacht ‘Hallo lieve kinderen!’ zei.
Weg waren Hoofd- en Wegwijspiet. Verjaagd door een onsmakelijke discussie.
En zonder de druk van (met name) het geknutsel van een surprise en (in mindere mate) het schrijven van een gedicht, verliep november eigenlijk best wel relaxt.
Na 56 jaar zijn mijn ogen eindelijk geopend:
Sinterklaas is een verklede man. En papa en mama kopen de cadeautjes.
Zo, dat is eruit.
Het enige wat me droevig stemt is, dat met het vertrek van de Sint, mijn kinderjaren nu echt en onherroepelijk voorbij zijn.
Dag Sinterklaasje!
We hebben het fijn gehad.

V

De V zit in de maand.
De V van vallende blaadjes, vroeg donker en vorst aan de grond.
Maar ook de V van vreten. Vreselijk. Veel. Vreten.
De tijd van kruidnoten, gevulde speculaas en amandelstaaf…
Verleidelijk lachen ze me toe en ik kan er geen weerstand aan bieden.
Uiteraard heb ik het snoepgoed alleen voor de kleinkinderen in huis.
Maar ja, je weet hoe dat gaat: is de zak eenmaal open, dan kun je de kruidnoten natuurlijk niet laten versloffen. Vernietigen die inhoud. En wel in mijn maag…
Tot zover klinkt het al onheilspellend genoeg en nu is daar nog een verleiding bijgekomen: de oliebol!
Bij de uitgang van mijn grootgrutter staat sinds kort een oliebollenkraam die de lekkerste bollen verkoopt.
Ik spreek mezelf streng toe: geen bol! Het is nog niet eens Sinterklaas geweest. Ben jij gek!
Met afgewend hoofd loop ik licht kwijlend de kraam voorbij en trots rij ik naar huis. Ik heb de Verleiding weerstaan!
Dan…
Eenmaal thuis.
Op de eettafel.
Een zak.
De onmiskenbare geur van oliebollen.
Een briefje: voor mama xxx.
Toen ik diezelfde middag ook nog een caramel-zeezout-chocoladeletter van een hulpsint ontving, wist ik het zeker: dit is een verloren maand.
Nog even en dan is de V uit de maand.
Dan is het december.
*Zucht*

SAAR

Vandaag viel de SAAR op de mat.
Een tijdschrift voor de vrouw van ‘50+ maar nog lang niet dood’ aldus de redactie
Echt iets voor mij, dacht ik, want hoewel ik de vijftig-grens al zes jaar ben gepasseerd, mijn haar steeds witter wordt, de rimpels steeds duidelijker zichtbaar en inmiddels zeven kleinkinderen de mijne kan noemen, voel ik me nog steeds geen echte Sara.
50 is het nieuwe 40, zeg maar. En dat wil ik graag geloven.
Tot ik vanmiddag de SAAR las.
Want de vrouw van 50+ zit vandaag de dag op T.inder, heeft spannende dates, een interessante 16 uur per dag job en is niet te beroerd haar p.unani open en bloot op tafel te leggen. Dat laatste figuurlijk gesproken dan.
Nee dan ik. Voor mij geen spannende dates via T.inder, want al 37 samen met mijn oerdegelijke, zeer voorspelbare verzekeringsman. Al 32 jaar in-between-jobs. Betaalde jobs dan, want werk zat. En over mijn vrouwelijkheid wil ik het helemaal niet hebben. Als er dan ook nog een artikel in staat waarin mannen uitleggen waarom ze absoluut geen relatie met een 50+ vrouw willen, krijg ik van pure ergernis een mega-opvlieger.
Dankzij SAAR voel ik me oud. Stokoud. Hoog bejaard. Uitgerangeerd. Rijp voor de sloop.
Net als het blad. Weg ermee.
Dan maar de Plus, want dankzij de reclames voor discreet incontinentiemateriaal, comfortabele sta-op-stoelen, snelwerkende gewrichtspijnencrèmes en vrolijke rollators, voel ik me weer heerlijk jong.
Of beter nog: doe mij maar de Donald Duck: 65+ en nog lang niet dood.

Moederlaag

‘Mam, wil je mijn rug even insmeren?’
Loom liggen Mojo en ik op een bedje bij het zwembad te genieten van een weekje zon.
‘Tuurlijk,’ antwoord ik en vis het zonnebrandmiddel uit de strandtas.
Ik knijp een flinke hoeveelheid uit de fles en breng het royaal aan op de rug van mijn dochter.
‘Nee hè,’ zucht die, ‘een moederlaag.’
‘Een wat?’ vraag ik verbaasd.
‘Een moederlaag. Moeders smeren je altijd zo dik in.’
‘Ja,’ antwoord ik, ‘dat is nou eenmaal wat moeders doen: beschermen.’
‘Klaar,’ ik veeg het teveel af aan mijn eigen benen en kijk tevreden naar de wit uitgeslagen rug. Daar komt voorlopig geen zonnestraal meer doorheen.
Ik val terug op mijn bedje en denk na over de moederlaag.
Eigenlijk zegt het heel veel over het moederschap.
Het liefst wil je je kinderen overal tegen beschermen.
Tegen pijn, angst, pesterijen, gebroken harten en ander verdriet. Ziektes. Dood.
Tegelijk besef je dat dat vaak helemaal niet mogelijk is.
Misschien smeren we daarom wel zo’n dikke laag zonnebrand op hun ruggen, om te beschermen wat we kunnen.
Maar misschien nog meer om onze eigen onmacht te verbergen.

Over gewicht

Te dik. Ze was veel te dik. Dat had de arts gezegd.
Als ze zo door zou gaan, zou ze het volgende jaar waarschijnlijk niet halen.
Diabetes. Hart en vaatziekten. Versleten gewrichten. Hij had het hele riedeltje een keer of vier herhaald.
Natuurlijk wist ze het. Ze had ook ogen in haar hoofd.
En nee, traplopen ging bijna niet meer. Dus bleef ze meestal beneden.
Of ze teveel snoepte? Vroeg hij.
Nee, natuurlijk niet.
Vet eten misschien?
Ja, vette vis, maar dat was toch juist goed? Of niet soms?
Ze moest meer bewegen, want dat schortte eraan.
De hele dag op de bank liggen, was natuurlijk niet goed. Dat had ze ook wel door.
Maar wat?
Sportschool? Geen optie.
Zwemmen? Had ze een hekel aan.
Wandelen?
Marion zuchtte diep.
‘Te dik, uw kat is veel te dik.’
Dat had zij weer. Een obesi-kat.
Ze sloeg haar handen voor de ogen.
En daardoor zag ze niet dat de dikke poes toch nog soepel genoeg was om via een stoel op tafel te springen om de kaas van haar brood te eten.