In de hel

‘Kom op ga mee, man,’ hadden zijn vrienden gezegd. ‘Over zes weken ben je vader en kan je het uitgaan wel vergeten.’ En zo kwam het dat Benoit, op de avond van de dertiende november 2015, zich in de Bataclan bevond. Hij was geen echte rock-liefhebber, maar een avondje stappen met zijn vrienden zag hij wel zitten.
Ze hadden het goed naar de zin. Het bier vond gretig aftrek en de sfeer was geweldig. Totdat er iemand achter in de zaal met rotjes begon te gooien. Althans, dat is wat Benoit in eerste instantie dacht. Maar al snel drong de bizarre realiteit tot hem door: er werd geschoten!
Er brak paniek uit. Er werd geschreeuwd en geduwd. Mensen vielen bloedend neer. Benoit voelde een scherpe pijn aan zijn linkerslaap. Een kogel had hem geschampt, de vrouw achter hem werd dodelijk getroffen en ze viel bovenop hem. De terroristen liepen door de zaal en schoten op alles wat bewoog. Benoit hield zich stil en verstopte zich onder het lijk.
Het leek een eeuwigheid te duren voordat de politie een einde maakte aan het geweld en hem uit zijn benarde positie bevrijdde.  Benoit en zijn vrienden overleefden het bloedbad wonderbaarlijk.
Het leven ging verder. De wond bij zijn slaap genas, de nachtmerries werden geleidelijk minder. De geboorte van hun dochter Emily bleek een uitstekend medicijn.
In de zomer van 2016 besloten Benoit en Celine er samen met hun kleine meid een paar dagen tussenuit te gaan. Rond de nationale feestdag hadden ze een aantal dagen vrij en ze vertrokken naar het zuiden.
Ze genoten van de zon, de zee en elkaar.
Op vier juli slenterden ze na het vuurwerk terug naar hun hotel in Nice.
De Promenade des Anglais rolde zich voor hun uit.
Achter hen klonk het geronk van een vrachtwagen.

 

Geschreven voor WE 300-aanslagen

 

Guilty pleasures

Guilty pleasures, je hebt er vast wel eens van gehoord. De dingen die eigenlijk niet goed voor je zijn, of te raar voor woorden en waar je het liever niet over hebt, maar ook stiekem heel erg van geniet.
De Vogeltjesdans doen bijvoorbeeld, of heel hard André Hazes meeblèren in de auto. Twee tompoucen van de HEMA naar binnenwerken, jezelf googlen of foto’s sparen van het koninklijkhuis. Niemand die dat toegeeft natuurlijk. Nou oké: het meezingen met de autoradio is best oké.
Natuurlijk heb ik ook van die gekkigheid.
In de supermarkt de bladen doorspitten en dan net doen alsof ik niet weet dat het huwelijk van Wendy en Erland niet goed gaat.
Na het eten een magnum oppeuzelen. (Of twee.)
Heerlijk onderuit op de bank onder een kleedje First dates kijken en ongezouten mijn commentaar geven op de deelnemers.
Luchtdrummen met dé solo van Phil Collins.
Maar het allerergste: blogs schrijven in de ik-vorm en je lezers in de onzekerheid laten of het nu werkelijk over jou gaat of niet.

Niet verder vertellen hè?!

 

Geschreven voor WOW-genieten

Koekoek

Mijn middelbareschooltijd ligt al een tijdje achter me. En ik overdrijf als ik er nog vaak aan terugdenk. Maar zo af en toe kom je een naam tegen en heb je zo’n ‘O-ja!’-momentje.
Vorige week viel de naam ineens: Isabel Koekoek.
Direct zat ik weer op de middelbare school, waar onze klas bekend stond als de terrorklas.
Er viel weinig eer aan ons te behalen. Dat we redelijk schadeloos de eindstreep haalden, lag eerder aan ons intelligentieniveau -waar we zwaar onder presteerden- dan onze inzet.
Opletten deden we nauwelijks, huiswerk werd amper gedaan en we waren zeer bedreven in het wegpesten van docenten. Van propjes schieten, achter de rug uitlachen tot nep-flauwvallen, we waren er goed in. Werd er iemand de klas uitgestuurd, stapten we eensgezind op. De gemiddelde docent hield het driekwartjaar uit voor hij opgaf.  We vierden onze overwinning in de kroeg op de hoek.
Op een dag maakte Mevrouw Koekoek haar opwachting. Een gemakkelijke prooi. Vers van de pabo en een paar jaar ouder dan wij.
Dapper betrad ze het slagveld. Ze schreef haar naam op het bord en natuurlijk begon er iemand een koekoek na te doen. Niet veel later zat de klas vol koekoeksjongen.
Mevrouw Koekoek reageerde niet, deed haar verhaal en aan het einde van de les liep ze kalm de deur uit.
Wat we ook deden, we konden haar niet wegkrijgen. Geen tranen, geen woede-uitbarsting, niemand werd er uitgestuurd. Kortom: de lol ging er al snel vanaf en Isabel Koekoek bleek een blijvertje.
Kortgeleden hadden we een reünie. Ook Mevrouw Koekoek was present.
Ik raakte met haar in gesprek en uitte mijn bewondering voor haar kalme optreden destijds.
‘Ach,’ reageerde ze, ‘zo moeilijk was het niet. Ik ben namelijk hartstikke doof, dus alles wat er achter mijn rug gebeurde, hoorde ik gewoon niet.’

Ter geruststelling: dit is puur fictief, geschreven voor WE-300

 

 

 

De weg kwijt

‘Oh Evert, wat moeten we nu? We hadden nooit naar de kinderen moeten luisteren. Turkije! Wat dachten we helemaal. Dat is leuk voor hen, maar wij zijn daar veel te oud voor. Waren we maar gewoon naar Drenthe gegaan. Daar weten we de weg. Nu zijn we hier nog geen dag en al hopeloos verdwaald.’
‘Nou hopeloos….?’ regeerde de man, ‘Het hotel kan nooit erg ver zijn, tenslotte zijn we nog maar zeven minuten onderweg.’
‘Ja, maar toch. Ik begrijp helemaal niets van de taal. En volgens mij wonen hier alleen maar Moslims, die hebben een hekel aan westerlingen, daar heeft iedereen het over. Waren we maar naar Friesland gegaan. Of Limburg. Daar zijn we ook nog nooit geweest. Lijkt heel erg buitenlands en de mensen daar zijn beter te verstaan dan hier. Oh Evert, wat moeten we nu?’
Evert peinsde even, pakte zijn vrouw bij de hand en liep een bakkerij binnen.
Günaydin,’ zei de bakker.
‘Wat zegt hij Evert?’
‘Geen idee,’ mompelde die. Hij legde een briefje met het adres op de toonbank.
De bakker reageerde met wilde gebaren.
Evert keek de Turk niet-begrijpend aan.
De man streek eens over zijn hoofd, liep toen om de toonbank heen en gebaarde de Nederlanders hem naar buiten te volgen. Vervolgens sloot hij de winkel af en liep naar een oude auto.
‘Oh Evert, we worden toch niet ontvoerd? Dat hoor je zo vaak.’
De chauffeur sloeg twee keer rechtsaf, ging een keer links en stopte voor het gewenste hotel.
Het stel haalde opgelucht adem. Evert wilde hun redder wat geld geven, maar daar wilde de bakker niets van weten.
‘No no, you were lost. I help you.’
De man toeterde en reed weg.
‘Volgens mij vallen die Moslims best wel mee, Evert.’
‘Laten we maar koffie halen, Lies.’

Geschreven voor WE-300 van Plato: nadenken

Gebroeders de Witt. In- en verkoop gebruikte goederen

Ver voor de opkomst van kringloopwinkels en marktplaats, hadden Jan en Kees al hun eigen winkel met tweedehands koopwaar.
‘Gebroeders de Witt’, prijkte het in krullerige letters op de etalageruit van het Haagse pand. ‘In- en verkoop gebruikte goederen’.
Vader de Witt had van een flinke dosis historische kennis én humor getuigd, door zijn tweeling de namen Johan en Cornelis te geven. Inmiddels al achtenzestig jaar geleden, maar de broers dachten er niet aan met pensioen te gaan. Ze genoten van het snuffelen naar mooie partijen goederen en inboedels, maar nog meer van het contact met de klanten. Dankzij jarenlange ervaring konden ze een klant snel inschatten en pasten ze de prijs daarop aan.
Zo ook die grijze januarimorgen.
De deurbel ging en een dame kwam binnen. Ze droeg een bontmantel en een dito hoedje.
De Freule. Niet van adel, wel bijzonder lastig. Ze vertikte het steevast de gevraagde prijs te betalen, waardoor de handelaren genoodzaakt waren veel hoger in te zetten.
‘Goedemorgen dame, waarmee kunnen we u helpen?’
‘Wel, meneer de Witt, ik zoek een theepot. Vanmiddag komen mijn bridgevriendinnen en mijn onhandige hulp heeft gister de pot laten vallen.’
Jan liet zijn klant verschillende modellen zien.
De voorkeur van de vrouw ging uit naar een wit exemplaar met fijn bloemmotief.
‘Wat moet deze kosten?’
Het ding was nog geen vijf gulden waard, maar Jan zette dubbel zo hoog in.
‘Voor u een joet, mevrouw.’
‘Oh, veel te veel,’ reageerde de klant verontwaardigd,  ‘ik geef er niet meer dan twintig gulden voor.’
Jan ging direct akkoord met die prijs, terwijl Kees zich verslikte in de koffie.
Direct nadat de Freule de winkel verlaten had, sloeg Kees zijn broer lachend op de schouder.
‘Het mens had geen idee wat een joet was,’
‘En dat was precies waar ik op had gehoopt!’

 

Geschreven voor WE-300 afdingen.

Elke overeenkomst met bestaande personen of gebeurtenissen, berust op louter toeval  (JB te R. 😉

Jack

Jack was dood.
En dat was onverwacht.
Zijn kinderen hadden de fitte zestiger gevonden, nadat hun stiefmoeder hen ongerust had opgebeld.
Jack zou een lang weekend met vrienden in de Ardennen gaan mountainbiken, maar was daarvan niet teruggekeerd. Bij navraag bleken de vrienden niets van zo’n uitstapje te weten. Uiteindelijk werd Jack op het vakantiepark gevonden, waar hij en zijn tweede vrouw Greta een huisje hadden. Uit niets bleek dat er een misdrijf was gepleegd en de plaatselijke arts kwam tot de conclusie dat Meneer de Jong een natuurlijke dood was gestorven.
De kinderen brachten het trieste nieuws aan de tweede mevrouw de Jong. Ze besloten daarbij maar niet te vermelden dat de politie aanwijzingen had gevonden dat Jack niet alleen was geweest, maar bezoek had gehad van een dame. Ervan uitgaande dat de lipstick die op een wijnglas was gevonden, niet van de dode zelf was geweest.
De weduwe was ontroostbaar en vrienden merkten op dat het lot haar beslist ongunstig gestemd was, omdat dit nu al de derde echtgenoot was die voortijdig het leven liet. Gelukkig bleef ze niet onbemiddeld achter en Jacks kinderen beloofden plechtig haar in hun leven te blijven betrekken.
Toch besloot Greta naar de andere kant van het land te vertrekken. Het gat dat Jack achtergelaten had was te groot. En alles in het huis herinnerde haar aan de man, die ze zo innig had liefgehad.
In haar nieuwe woonplaats vond ze opnieuw de liefde, die iedereen haar zo gunde.
En als de kinderen dachten dat hij hen ergens bekend voorkwam, had dat zomaar waar kunnen zijn.
Maar ja, wie herkende in die man nu de arts, die de dood van Jack als natuurlijk had afgedaan, terwijl hij duidelijk het gaatje van de injectienaald herkende, dat de zwarte weduwe achtergelaten had?

geschreven voor WE-300 Waarnemen

De gordijnen van Paleis het Loo

Een tijdje terug hadden mijn zus en ik afgesproken naar Paleis het Loo te gaan.
Ik was zeer benieuwd naar de gebouwen  en de tuinen van het domein, bovendien werd er een expositie gehouden over Grace Kelly.
Woensdag was het dan zover.
We genoten van de prachtige jurken van de prinses van Monaco , de foto’s en de juwelen. Even droomden we weg naar lang vervlogen, elegante tijden en namen we ons voor, in ieder geval wat vaker de jeans te verruilen voor een jurkje.
Daarna werd het tijd voor het echte werk: de bezichtiging van het paleis.
Nu ben ik een aantal jaren geleden in Paleis Soestdijk geweest (jullie kennen het verhaal) en dat vond ik toen al behoorlijk indrukwekkend, maar vergeleken met Het Loo, was Soestdijk maar een armoedig optrekje.
Deze kamers waren rijkelijk gedecoreerd, ingericht met meubels uit diverse tijden, diverse snuisterijen en jacht-souvenirs.
Het meest was ik onder de indruk van de geweldige gordijnen.
Dik brokaat, zo zwaar, dat ik me afvroeg hoe de roedes de vracht konden houden.
Voorzichtig pakte ik een gordijn vast.
‘Moet je kijken, wat een prachtige stof,’ zei ik tegen mijn zus.
‘Laat nou maar los,’ reageerde die, ‘straks storten ze naar beneden.’
‘Welnee,’zei ik en gaf een rukje aan het gordijn, ‘die zitten zo vast als een….’
Met donderend geraas kwamen de enorme lappen, inclusief roede naar beneden.
Snel bevrijdde ik me uit de meters stof, maar te laat, de suppoost kwam al aangesneld.
‘Mevrouw, gaat het?’ vroeg hij.
Ik knikte.
‘U heeft toch niet aan de gordijnen gezeten?’
Ik schudde heftig het hoofd.
‘Ik vraag het maar, want u heeft geen idee wat we er allemaal in aantreffen.’
‘Ik wil het niet weten, ‘ zei ik en stikkend van de lach maakten we ons  uit de voeten.

gordijnen het loo

Gedeeltelijk fictief.
Geschreven voor WE-300 Kwaliteit

Een graatje extra

Het was altijd druk bij Visboer Batelaar.
Henk Batelaar nam graag de tijd voor zijn klanten.
Niet voor niets was zijn slogan: ‘Voor lekkere vis met een praatje, moet u zijn bij vishandel Baatje’.
Mevrouw Kramer stapte de winkel binnen en trof er mevrouw de Bruin.
‘Het is druk,’ stelde ze vast.
Mevrouw de Bruin beaamde het en wierp een blik op haar horloge.
‘Ik sta hier nu twintig minuten en er is één klant geholpen.’
‘Wie was dat?’ vroeg mevrouw Kramer.
‘Die lange van de Polderstraat.’
‘Ach, zij,’ mevrouw Kramer zette haar tas op de vloer, ‘nog iets gehoord?’
‘Ze heeft haar hulp betrapt op diefstal.’
Mevrouw de bruin bracht haar hoofd iets dichter bij haar gesprekspartner.
‘Was dat niet die rooie van Woenselaar?’
‘Ja die,  ik wist dat die meid niet deugde.’
Een jongeman kwam binnen, druk bezig met zijn mobiel. De dames schikten wat in en probeerden iets van het gesprek aan de toonbank te volgen.
‘….ach weet je Henk, vroeger ging dat toch heel anders. Dan konden ze thuis nog een pak rammel krijgen, maar tegenwoordig….
‘ Mevrouw de Vries heeft weer trammelant met haar buren. Die rotjongens hebben dit keer vuurwerk over de schutting gegooid,’ legde mevrouw de Bruin uit.
De laatste klant begon ongeduldig te worden.
‘Zeg, kan het niet wat sneller?’ vroeg hij geërgerd.
Het werd muisstil in de winkel.
Zes hoofden draaiden zich om.
Veertien ogen boorden zich gepikeerd in de zijne.
‘Jongeman,’ sprak mevrouw Kramer gedecideerd, ‘snelle vis koop je bij de supermarkt om de hoek. Hier krijg je vis met iets extra’s.’
De man werd rood en concentreerde zich weer op zijn mobiel.
Wat ik dus zei….’ ging mevrouw de Vries onverstoorbaar verder ‘die jongens hebben een harde hand nodig….’
Baatje en zijn klanten waren het roerend met haar eens.

Speciaal bij elkaar geleuterd voor de WE-300 van Plato

BZV

Nu ik mijn biologische boer gevonden heb, is de overstap naar BZV zo gemaakt natuurlijk.
Degene die niet weet wat BZV is, moet maar even snel onder zijn steen vandaan kruipen, want heel Nederland spreekt erover. (Voor die ene onwetende volger: BZV staat voor Boer Zoekt Vrouw.)
Zoals gezegd, heel Nederland spreekt erover, behalve ik dan (tot nu toe) want ik volg het hele programma niet.
Een paar seizoenen geleden keek ik met Gert mee. (Niet gedacht hè, dat die tukker zo romantisch kan zijn)
Maar ik vond het maar niets. Eerlijk gezegd voelde ik me een voyeur. Zo iemand die stiekem over de schutting gluurt of een blik door de gordijnen werpt.
In de serie die wij keken, zagen we een boer compleet overspannen zijn harem verlaten en in vertwijfelde toestand oplossen in de mist die over het eindeloze platteland lag. Het was nog even spannend of hij nog  terug zou keren, maar gelukkig: het kwam goed.
Ongemakkelijk.
Een paar afleveringen later maakte een boerin hardvochtig een einde aan de verliefde hoop van een jonge boer. Die laatste probeerde zich groot te houden, wat jammerlijk mislukte.
Pijnlijk.
Daarnaast heb ik me kapot zitten ergeren aan die jonge, mega-lompe boer, die damesbenen ‘poten onder de pisbak’ noemde.  In een paar minuten gooide hij de goede reputatie van de Nederlandse boer aan gruzelementen.
Gênant.
Uiteindelijk zijn er geen relaties uit voortgekomen.
Geloof ik.
Of toch wel?
Of was er ook nog een boer die stiekem al een ander had gevonden? Ik weet het niet meer.
Hoe dan ook: een half seizoen BZV was voor mij meer dan genoeg.
Nadeel is dat ik op maandag niet mee kan doen aan het gesprek van de dag.
Jammer, want ik mag heel graag kletsen en doen alsof ik overal verstand van heb.
Zielig.

Geschreven voor WE-300

La grande boucle

Vandaag begint hij weer: De tour de France.
Ik weet het, er is veel over te doen (geweest), met name het hele dopingschandaal heeft veel afbreuk gedaan aan dit sportevenement.
Toch blijf ik fan.
Niet alleen voor het fietsen, meer nog voor de shots van het prachtige Franse landschap. ’s Avonds de avondetappe kijken met Mart- mag ik dat zeggen– Smeets.
En laten we onze –inmiddels- legendarische tourpoule niet vergeten.
Dit jaar is ‘mijn’ team sterker dan ooit en ik verwacht ook zeker een plaatsje in de hoogste regionen.
Vandaag Le Grand Depart op Corsica.
Het worden weer mooie weken.
tour-de-france-100-logo