Over gewicht

Te dik. Ze was veel te dik. Dat had de arts gezegd.
Als ze zo door zou gaan, zou ze het volgende jaar waarschijnlijk niet halen.
Diabetes. Hart en vaatziekten. Versleten gewrichten. Hij had het hele riedeltje een keer of vier herhaald.
Natuurlijk wist ze het. Ze had ook ogen in haar hoofd.
En nee, traplopen ging bijna niet meer. Dus bleef ze meestal beneden.
Of ze teveel snoepte? Vroeg hij.
Nee, natuurlijk niet.
Vet eten misschien?
Ja, vette vis, maar dat was toch juist goed? Of niet soms?
Ze moest meer bewegen, want dat schortte eraan.
De hele dag op de bank liggen, was natuurlijk niet goed. Dat had ze ook wel door.
Maar wat?
Sportschool? Geen optie.
Zwemmen? Had ze een hekel aan.
Wandelen?
Marion zuchtte diep.
‘Te dik, uw kat is veel te dik.’
Dat had zij weer. Een obesi-kat.
Ze sloeg haar handen voor de ogen.
En daardoor zag ze niet dat de dikke poes toch nog soepel genoeg was om via een stoel op tafel te springen om de kaas van haar brood te eten.

Advertenties

De weg kwijt

‘Oh Evert, wat moeten we nu? We hadden nooit naar de kinderen moeten luisteren. Turkije! Wat dachten we helemaal. Dat is leuk voor hen, maar wij zijn daar veel te oud voor. Waren we maar gewoon naar Drenthe gegaan. Daar weten we de weg. Nu zijn we hier nog geen dag en al hopeloos verdwaald.’
‘Nou hopeloos….?’ regeerde de man, ‘Het hotel kan nooit erg ver zijn, tenslotte zijn we nog maar zeven minuten onderweg.’
‘Ja, maar toch. Ik begrijp helemaal niets van de taal. En volgens mij wonen hier alleen maar Moslims, die hebben een hekel aan westerlingen, daar heeft iedereen het over. Waren we maar naar Friesland gegaan. Of Limburg. Daar zijn we ook nog nooit geweest. Lijkt heel erg buitenlands en de mensen daar zijn beter te verstaan dan hier. Oh Evert, wat moeten we nu?’
Evert peinsde even, pakte zijn vrouw bij de hand en liep een bakkerij binnen.
Günaydin,’ zei de bakker.
‘Wat zegt hij Evert?’
‘Geen idee,’ mompelde die. Hij legde een briefje met het adres op de toonbank.
De bakker reageerde met wilde gebaren.
Evert keek de Turk niet-begrijpend aan.
De man streek eens over zijn hoofd, liep toen om de toonbank heen en gebaarde de Nederlanders hem naar buiten te volgen. Vervolgens sloot hij de winkel af en liep naar een oude auto.
‘Oh Evert, we worden toch niet ontvoerd? Dat hoor je zo vaak.’
De chauffeur sloeg twee keer rechtsaf, ging een keer links en stopte voor het gewenste hotel.
Het stel haalde opgelucht adem. Evert wilde hun redder wat geld geven, maar daar wilde de bakker niets van weten.
‘No no, you were lost. I help you.’
De man toeterde en reed weg.
‘Volgens mij vallen die Moslims best wel mee, Evert.’
‘Laten we maar koffie halen, Lies.’

Geschreven voor WE-300 van Plato: nadenken

Jack

Jack was dood.
En dat was onverwacht.
Zijn kinderen hadden de fitte zestiger gevonden, nadat hun stiefmoeder hen ongerust had opgebeld.
Jack zou een lang weekend met vrienden in de Ardennen gaan mountainbiken, maar was daarvan niet teruggekeerd. Bij navraag bleken de vrienden niets van zo’n uitstapje te weten. Uiteindelijk werd Jack op het vakantiepark gevonden, waar hij en zijn tweede vrouw Greta een huisje hadden. Uit niets bleek dat er een misdrijf was gepleegd en de plaatselijke arts kwam tot de conclusie dat Meneer de Jong een natuurlijke dood was gestorven.
De kinderen brachten het trieste nieuws aan de tweede mevrouw de Jong. Ze besloten daarbij maar niet te vermelden dat de politie aanwijzingen had gevonden dat Jack niet alleen was geweest, maar bezoek had gehad van een dame. Ervan uitgaande dat de lipstick die op een wijnglas was gevonden, niet van de dode zelf was geweest.
De weduwe was ontroostbaar en vrienden merkten op dat het lot haar beslist ongunstig gestemd was, omdat dit nu al de derde echtgenoot was die voortijdig het leven liet. Gelukkig bleef ze niet onbemiddeld achter en Jacks kinderen beloofden plechtig haar in hun leven te blijven betrekken.
Toch besloot Greta naar de andere kant van het land te vertrekken. Het gat dat Jack achtergelaten had was te groot. En alles in het huis herinnerde haar aan de man, die ze zo innig had liefgehad.
In haar nieuwe woonplaats vond ze opnieuw de liefde, die iedereen haar zo gunde.
En als de kinderen dachten dat hij hen ergens bekend voorkwam, had dat zomaar waar kunnen zijn.
Maar ja, wie herkende in die man nu de arts, die de dood van Jack als natuurlijk had afgedaan, terwijl hij duidelijk het gaatje van de injectienaald herkende, dat de zwarte weduwe achtergelaten had?

geschreven voor WE-300 Waarnemen

De verbouwing

Toen ze een flinke geldprijs hadden gewonnen, hoefden Ed en Herma niet lang na te denken wat ze ermee zouden doen. Ze deden een bod op het oude doktershuis, dat al een flinke tijd te koop stond.
Tot hun grote geluk ging de verkoper meteen akkoord en zo waren ze binnen een maand de trotse eigenaren van een monumentale, maar ook vervallen villa.
Er werden een architect en een aannemer in de arm genomen, die van het bouwval hun droomhuis zouden maken.
Vier maanden duurde de verbouwing en Ed en Herma verlangden er steeds meer naar, hun kleine flat verruilen voor het nieuwe huis.
Op een stralende herfstdag was het eindelijk zover en werden de sleutels overhandigd door de aannemer.
Maar eerst kregen ze een uitgebreide rondleiding door de architect.
Alle oude binnenmuren en zelfs het plafond waren er uitgehaald en door nieuwe vervangen.
De ruime hal gaf toegang tot de royale eetkeuken, voorzien van alle moderne snufjes, maar ook een gezellig en warm fornuis. Want het huis moest de uitstraling van vroeger hebben.
Door een andere deur kwamen ze in de woonkamer, die ondanks zijn flinke afmeting toch knus was en dat was voornamelijk te danken aan de grote open haard en de prachtige houten vloer.
Daarna liep het gezelschap via de robuuste trap naar de tweede woonlaag. Daar werden ze verrast door een prachtige slaapkamer, ook deze was stijlvol ingericht door een kundige binnenhuisarchitect.
De badkamer deed niet onder voor een hammam en zelfs een sauna ontbrak niet.
Ed en Herma waren dolblij met hun nieuwe woning en toen ze afscheid hadden genomen van de mensen die hier verantwoordelijk voor  waren geweest, besloten ze dat het tijd was de fles wijn –die ze voor deze speciale gelegenheid gereserveerd hadden- te openen.
‘Als jij de kurk er even vanaf haalt, ga ik even naar het toilet,’ zei Herma.
Ed stond een beetje te hannesen met de kurk, die toch wel erg strak in de hals van de fles zat, toen Herma nogal ontdaan de keuken weer binnenliep.
‘Ed, ik ben bang dat de architect een heel belangrijke vierkante meter is vergeten!’

Het lot

Ze zat op de rand van het bed. Het stukje papier dat haar leven zo volledig op de kop had gezet hield ze voorzichtig in de hand, alsof ze zich eraan zou kunnen branden.
Sinds eergisteren was alles volkomen veranderd.
Nog nooit eerder had ze een lot gekocht. Maar op aandringen van haar zus had ze het een keertje gedaan.
‘Stel je voor dat we een paar duizend euro winnen,’ had haar zus gezegd. Ze hadden een vrolijke middag gehad, met alles op te noemen wat ze met het gewonnen geld zouden doen.
Ze was niet verder gekomen dan een weekje naar een warm land, een volledige behandeling bij de schoonheidsspecialiste, een etentje met de kinderen en kleinkinderen en een goede winterjas voor Henk. Meer had ze niet nodig. Nou oké, het tuinhekje was misschien ook aan vernieuwing toe.
Ze woonden al jaren in een knus huisje, waarvoor ze per maand niet al teveel hoefden te betalen.
De auto was niet nieuw meer, maar liet hen nooit in de steek. Bovendien kon ze alles op de fiets bereiken.  De kinderen hadden goede banen en konden zich prima redden.
Was het maar een paar duizend euro geweest, dat was nog te overzien geweest, maar nu had ze de hoofdprijs gewonnen: drieënveertigmiljoen tweehonderzevenennegentigduizend driehondervijfenzestig euro en twaalf cent.
Ze had de getallen zeker twintig keer gecontroleerd en het was waar: de ruim drieënveertig miljoen was voor haar.
Ze had het tegen niemand verteld, zelfs niet tegen Henk. En toen haar buurvrouw opgewonden meedeelde dat de hoofdprijs in hun dorp was gevallen, deed ze alsof ze zeer verrast werd.
Ze had er al twee nachten niet van geslapen.
Wat moest ze met al dat geld?
Alles zou anders worden, dat was zeker.
Vreemden zouden ineens vrienden willen worden. Er zou van haar verwacht worden maar lukraak geld uit te delen en als ze dat niet deed, zou ze mensen verliezen.
Natuurlijk kon ze alles aan het goede doel schenken. Maar welk doel? En hoe zou Henk reageren.
De telefoon ging.
Haar zus meldde opgewekt dat ze tien euro had gewonnen met haar lot.
‘Die gaan we verbrassen zus! Koffie en taart bij de Hema! ’ jubelde ze.
‘En jij? Heb jij nog iets gewonnen?’ kwam de vraag.
‘Nee,’ antwoordde ze na een korte stilte. ‘Niets.’
Ze drukte het gesprek weg  en verscheurde het lot in kleine stukjes.
Ze had een rijk leven, al dat geld zou daar niets aan toe kunnen voegen.

Het huis dat onverkoopbaar leek

De makelaars trokken hun schouders op. Het was onbegrijpelijk waarom het prachtige herenhuis aan de gracht niet verkocht werd.
Het stond al ruim drie jaar te koop en de prijs was al dramatisch gezakt.
Er waren kijkers genoeg geweest die verrukt waren over de authentieke details zoals het glas in lood raam en de hoge plafonds met ornamenten, maar een voor een verklaarden ze dat de sfeer van het huis hen tegenstond.
En eigenlijk hadden ze gelijk, vonden de dames en heren van het makelaarskantoor, want zodra je binnen was, voelde je een geladen spanning en zo waren potentiële kopers iedere keer weer afgehaakt.
Het huis leek onverkoopbaar.

‘Het komt allemaal door jullie,’ zei het dak. ‘Ik doe mijn best de boel wind- en waterdicht te houden, terwijl jullie maar bezig zijn met onbelangrijke zaken.’
‘Oh ja?’reageerde de muur geïrriteerd, ik doe anders mijn uiterste best de boel rechtop te houden, terwijl de fundering maar wat ligt te luieren.’
‘Ho ho,’ ging de fundering in het verweer, ‘kijk liever naar de deuren, die hangen maar een beetje in de scharnieren.’
En zo ging het al jaren, de een meende veel belangrijker te zijn dan de ander.
Ineens klonk er een klein stemmetje vanuit de keuken.
Het was het muizenholletje achter de plint.
‘Stil toch allemaal. Zien jullie niet waar jullie mee bezig zijn? Door jullie gekissebis staat dit huis al jaren leeg en ben ik de enige die een gezellig gezin onderdak geef. Al zijn het maar muizen.’
Het werd zowaar stil.
Muizenhol ging verder.
‘Inderdaad houdt het dak ons droog, maar dat zou hij niet kunnen doen zonder de muren die het overeind houden. En als de fundering er niet lag, zouden we allang weggezakt zijn . We hebben elkaar allemaal nodig en zijn even belangrijk.’
‘En ik dan?’ vroeg het schroefje in de muur verlegen.
‘Wie weet ben jij het belangrijkste,’antwoordde muizenhol, ‘want aan jou komt misschien wel een kunstwerk te hangen.’
Het schroefje draaide zich blij om in de plug.
‘Als we nu allemaal onze stinkende best doen, worden we misschien binnenkort wel weer bewoond.’ beëindigde muizenhol zijn betoog.
Het dak, de muren, ramen en deuren stemden beschaamd in, muizenhol had gelijk: ze waren allemaal even belangrijk en onmisbaar.
Tien dagen later was er weer een bezichtiging.
Het dak maakte zich breed, de muren spanden hun vezels. De deuren hingen soepel in de scharnieren, de keuken haalde alles uit de kast en de vensters deden hun uiterste best het licht zo mooi mogelijk binnen te laten.
Na afloop was iedereen hoopvol gestemd; dit keer zou het goed komen.

Nog geen twee maanden daarna betrokken de nieuwe bewoners het huis.
Het familieportret werd aan de -van trots- glimmende schroef gehangen.
‘Lieverd, wat doen we met het muizenholletje in de keuken?’ vroeg de man.
‘Ach, laat maar zitten,’ antwoordde de vrouw ‘dan heeft de kat ook wat te doen.’
Het huis haalde opgelucht adem, want nu ze zo goed hadden leren samenwerken, konden ze niemand meer missen.
Zelfs het muizenholletje niet.

Een geslaagde PR stunt

‘Sinterklaas, het ziet er niet goed uit,’ statistieken-Piet legde een document op het bureau van de goedheiligman. Zijn gezicht stond zorgelijk.
‘De trend van de afgelopen jaren heeft in Nederland doorgezet. Steeds meer winkels slaan het sinterklaasfeest over en hebben half oktober al kerstartikelen in de schappen staan.’
De Sint bekeek de cijfers en de daarbij behorende grafieken en zag inderdaad een stijgende lijn bij de kerstspullen, terwijl de boterstaven en chocoladeletters duidelijk met minder moesten doen.
‘Je hebt gelijk Piet, zo kan het niet langer. Roep PR-Piet even voor me, wil je?’
Niet veel later boog PR-Piet zich over de cijfers en deelde de zorg met zijn baas.
‘Ziet er niet goed uit Sinterklaas. U hebt gelijk, er moet wat gebeuren. Ik ga een actieplan opstellen.’
En zo gebeurde het.
PR-Piet en zijn medewerkers bedachten een ingenieus plan: de positie van Zwarte Piet zou ter discussie komen te staan. Zelfs de VN werd er in betrokken.
En het werkte.
Eind oktober stond heel Nederland op zijn kop.
P(i)etities werden aangeboden, sites geopend, manifestaties gehouden en de minister president werd ter verantwoording geroepen: Zwarte Piet moest blijven.
Het werd wereldnieuws.
Landen die eerder nooit van het sinterklaasfeest hadden gehoord, stelden het in.
Zwarte Piet werd beschermd werelderfgoed.
Daags voor de afvaart naar Nederland zag Sinterklaas de laatste cijfers. Hij knikte tevreden. Het sinterklaasfeest leefde als nooit tevoren.
‘Oh Piet, denk je er aan een extra chocoladeletter in de schoen van mevrouw Verene Sheperd van de VN te stoppen, dat heeft ze wel verdiend.’

piet57(1)