De weg kwijt

‘Oh Evert, wat moeten we nu? We hadden nooit naar de kinderen moeten luisteren. Turkije! Wat dachten we helemaal. Dat is leuk voor hen, maar wij zijn daar veel te oud voor. Waren we maar gewoon naar Drenthe gegaan. Daar weten we de weg. Nu zijn we hier nog geen dag en al hopeloos verdwaald.’
‘Nou hopeloos….?’ regeerde de man, ‘Het hotel kan nooit erg ver zijn, tenslotte zijn we nog maar zeven minuten onderweg.’
‘Ja, maar toch. Ik begrijp helemaal niets van de taal. En volgens mij wonen hier alleen maar Moslims, die hebben een hekel aan westerlingen, daar heeft iedereen het over. Waren we maar naar Friesland gegaan. Of Limburg. Daar zijn we ook nog nooit geweest. Lijkt heel erg buitenlands en de mensen daar zijn beter te verstaan dan hier. Oh Evert, wat moeten we nu?’
Evert peinsde even, pakte zijn vrouw bij de hand en liep een bakkerij binnen.
Günaydin,’ zei de bakker.
‘Wat zegt hij Evert?’
‘Geen idee,’ mompelde die. Hij legde een briefje met het adres op de toonbank.
De bakker reageerde met wilde gebaren.
Evert keek de Turk niet-begrijpend aan.
De man streek eens over zijn hoofd, liep toen om de toonbank heen en gebaarde de Nederlanders hem naar buiten te volgen. Vervolgens sloot hij de winkel af en liep naar een oude auto.
‘Oh Evert, we worden toch niet ontvoerd? Dat hoor je zo vaak.’
De chauffeur sloeg twee keer rechtsaf, ging een keer links en stopte voor het gewenste hotel.
Het stel haalde opgelucht adem. Evert wilde hun redder wat geld geven, maar daar wilde de bakker niets van weten.
‘No no, you were lost. I help you.’
De man toeterde en reed weg.
‘Volgens mij vallen die Moslims best wel mee, Evert.’
‘Laten we maar koffie halen, Lies.’

Geschreven voor WE-300 van Plato: nadenken

Advertenties

Gebroeders de Witt. In- en verkoop gebruikte goederen

Ver voor de opkomst van kringloopwinkels en marktplaats, hadden Jan en Kees al hun eigen winkel met tweedehands koopwaar.
‘Gebroeders de Witt’, prijkte het in krullerige letters op de etalageruit van het Haagse pand. ‘In- en verkoop gebruikte goederen’.
Vader de Witt had van een flinke dosis historische kennis én humor getuigd, door zijn tweeling de namen Johan en Cornelis te geven. Inmiddels al achtenzestig jaar geleden, maar de broers dachten er niet aan met pensioen te gaan. Ze genoten van het snuffelen naar mooie partijen goederen en inboedels, maar nog meer van het contact met de klanten. Dankzij jarenlange ervaring konden ze een klant snel inschatten en pasten ze de prijs daarop aan.
Zo ook die grijze januarimorgen.
De deurbel ging en een dame kwam binnen. Ze droeg een bontmantel en een dito hoedje.
De Freule. Niet van adel, wel bijzonder lastig. Ze vertikte het steevast de gevraagde prijs te betalen, waardoor de handelaren genoodzaakt waren veel hoger in te zetten.
‘Goedemorgen dame, waarmee kunnen we u helpen?’
‘Wel, meneer de Witt, ik zoek een theepot. Vanmiddag komen mijn bridgevriendinnen en mijn onhandige hulp heeft gister de pot laten vallen.’
Jan liet zijn klant verschillende modellen zien.
De voorkeur van de vrouw ging uit naar een wit exemplaar met fijn bloemmotief.
‘Wat moet deze kosten?’
Het ding was nog geen vijf gulden waard, maar Jan zette dubbel zo hoog in.
‘Voor u een joet, mevrouw.’
‘Oh, veel te veel,’ reageerde de klant verontwaardigd,  ‘ik geef er niet meer dan twintig gulden voor.’
Jan ging direct akkoord met die prijs, terwijl Kees zich verslikte in de koffie.
Direct nadat de Freule de winkel verlaten had, sloeg Kees zijn broer lachend op de schouder.
‘Het mens had geen idee wat een joet was,’
‘En dat was precies waar ik op had gehoopt!’

 

Geschreven voor WE-300 afdingen.

Elke overeenkomst met bestaande personen of gebeurtenissen, berust op louter toeval  (JB te R. 😉

Vroom

Is er dan niets meer heilig in dit kleine kikkerlandje?
Nadat de Bijenkorf gehalveerd is, de Bonneterie heur sjieke deuren heeft moeten sluiten en Halfords in zeer verkleinde staat doorstart, dreigt nu ook de V&D kopje onder te gaan.
Al  een aantal jaren is het aanmodderen, maar nu lijkt dan toch het doek te vallen.
Jammer, want wie heeft er geen herinneringen aan de warenhuisketen?
Ruim veertig jaar geleden ging ik twee keer per jaar met mijn moeder naar ‘de stad’ om nieuwe kleren te kopen.
‘De stad’ was Den Haag.
V&D had daar een groot pand.
Niet zo mooi als de Bijenkorf, maar zeker zo betaalbaar.
Het winkelen was niet zo mijn ding. Vooral aan kleren passen had ik een broertje dood, maar het avontuur met de draaideuren (‘doorlopen, anders wordt je geraakt door de volgende deur’), de roltrap (‘goed vasthouden en een flinke stap nemen, anders kom je tussen de treden’) en de lift (‘soms storten ze neer’) maakte alles goed.
Net als het kroketje en flesje sinas in het restaurant dat deed. Een dagje om naar uit te zien.
Wij hebben ook een V&D in ons dorp. De eerste winkel met een roltrap!
Maar de magie is weg.
Van draaideuren, roltrappen en liften word ik niet meer warm. Van het assortiment van de winkel al helemaal niet. De circusweken maken me paranoia en eerlijk gezegd winkel ik liever op internet.
Dus ben ik ook een van de moordenaars van dit ruim honderdtwintigjarige warenhuis. Mea culpa.
Het is misschien hypocriet, maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat ik binnenkort in ‘de stad’ loop en de etalages  donker en leeg zullen zijn. Of erger nog: zo’n goedkope mega-modeketen zich in het pand zal vestigen.
Toch maar even langs de V&D, ik heb vast nog wel een rolletje plakband nodig.

Facebook en de spruiten-test

Facebook. Een apart fenomeen.
Zelden wordt er wat nuttigs gemeld en nog minder vaak logisch daarop geantwoord.
Daarom plaatste ik de volgende –compleet onzinnige- status:

‘Test:
Wie vindt het interessant te weten dat we vanavond spruiten eten?’ *

Er was natuurlijk maar één antwoord mogelijk: IK
Helaas, van de eenentwintig antwoorden, werd dit slechts één keer genoteerd.
(Gefeliciteerd, SvV te E, al was Iiiiiiiiiiik!! wel wat overdreven)
Was je niet geïnteresseerd, had je niet hoeven te antwoorden.
Verder kreeg ik spontane af- en aanmeldingen voor de maaltijd, volgden er diverse recepten en werd me ongevraagd medegedeeld wat er die avond bij de ander op tafel stond.
Leuk, maar geen antwoord op de vraag.
Nog vager waren de twaalf  ‘vind ik leuk’jes die aangeklikt werden.
Wat vindt men leuk?
Dat ik een test heb gehouden?
Dat ik spruiten eet?
Of dat de test over spruiten gaat?
Vaag.

Tot zover de resultaten van deze test.
Nu iets over het doel.
Daar kan ik kort over zijn:
Dat was er niet.
Het was slechts een armetierige manier om de bezoekersaantallen op deze blog wat omhoog te krikken.
Zal mij  benieuwen of het gelukt is.
Vanavond eet ik trouwens een bakje yoghurt.
Maar dat zal je vast niet interesseren.

 

*(ik hou van rijmende testen: ‘Alles wat je weten wouw over de kuren van je vrouw’. Of: ‘Wat heeft jouw man het liefst in de pan’.)

Jack

Jack was dood.
En dat was onverwacht.
Zijn kinderen hadden de fitte zestiger gevonden, nadat hun stiefmoeder hen ongerust had opgebeld.
Jack zou een lang weekend met vrienden in de Ardennen gaan mountainbiken, maar was daarvan niet teruggekeerd. Bij navraag bleken de vrienden niets van zo’n uitstapje te weten. Uiteindelijk werd Jack op het vakantiepark gevonden, waar hij en zijn tweede vrouw Greta een huisje hadden. Uit niets bleek dat er een misdrijf was gepleegd en de plaatselijke arts kwam tot de conclusie dat Meneer de Jong een natuurlijke dood was gestorven.
De kinderen brachten het trieste nieuws aan de tweede mevrouw de Jong. Ze besloten daarbij maar niet te vermelden dat de politie aanwijzingen had gevonden dat Jack niet alleen was geweest, maar bezoek had gehad van een dame. Ervan uitgaande dat de lipstick die op een wijnglas was gevonden, niet van de dode zelf was geweest.
De weduwe was ontroostbaar en vrienden merkten op dat het lot haar beslist ongunstig gestemd was, omdat dit nu al de derde echtgenoot was die voortijdig het leven liet. Gelukkig bleef ze niet onbemiddeld achter en Jacks kinderen beloofden plechtig haar in hun leven te blijven betrekken.
Toch besloot Greta naar de andere kant van het land te vertrekken. Het gat dat Jack achtergelaten had was te groot. En alles in het huis herinnerde haar aan de man, die ze zo innig had liefgehad.
In haar nieuwe woonplaats vond ze opnieuw de liefde, die iedereen haar zo gunde.
En als de kinderen dachten dat hij hen ergens bekend voorkwam, had dat zomaar waar kunnen zijn.
Maar ja, wie herkende in die man nu de arts, die de dood van Jack als natuurlijk had afgedaan, terwijl hij duidelijk het gaatje van de injectienaald herkende, dat de zwarte weduwe achtergelaten had?

geschreven voor WE-300 Waarnemen

Arm

Ik ben zielig.
Een klein beetje, maar toch…
Sinds een paar weken heb ik een zwaar en pijnlijk gevoel in mijn linkerarm.
Een brei-arm.
Het wordt ook wel een tennisarm genoemd, maar ik heb nog nooit getennist, dus dat klinkt een beetje  opschepperig.
Een trutterige brei-arm dus  en dat houdt in dat ik maar mondjesmaat kan breien (het liefst niets, maar dan krijg ik ontwenningsverschijnselen). Ik ben nog wel zo’n schattig truitje aan het maken voor Fiène en heb ook nog een plaid op de pennen heb staan. En voor Sebastiaan zou ik nog een muts breien…
Helaas, het gaat voorlopig allemaal in de ijskast.
Zo jammer dat ik geen stofzuig-arm heb, of een wc-boen-arm…

Arme ik.

Vrijheid van meningsuiting

Verbijstering na de aanslag door Jihadisten op de redactie van het Franse weekblad Charlie Hebdo.
Een afschuwelijke moordpartij, waarbij twaalf mensen het leven lieten.
Massaal gingen mensen gisteravond de straat op, om hun afschuw te laten horen over deze aanslag op de vrijheid van meningsuiting.
Ik ben het helemaal met  ze eens.
Geweld is geen antwoord. Nooit!
En vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Een recht.
Maar de vraag is of je onder het mom van deze vrijheid ook maar alles móet zeggen.
Het heel normaal is, dat je bevolkingsgroepen schoffeert en kwetst met je uitlatingen.
Daar ben ik het dus niet me eens.