Sep

Hier is hij dan.Onze kleinzoon Sep.
Vorige week dinsdag al geboren, maar door gedoe met de computer kon ik het niet eerder plaatsen.
Een prachtig mannetje en grote zus Fiène is stapel op ‘m.

IMG_9928

Advertenties

Vol verwachting klopt ons hart

Vol verwachting klopt ons hart. En dan doel ik niet op het heerlijk avondje van morgen, want het sinterklaasfeest slaan we dit jaar over.
Nee, hier kloppen onze harten al een tijdje verwachtingsvol voor de geboortes van twee kleinkinderen.
Twee weken geleden mochten we kleinkind nummer vier begroeten. Rodin, een prachtige en gezonde dochter voor Zoon en Schoon. Lief zusje voor Jade. Het was weer liefde op het eerste gezicht. Wat een heerlijkheid.
Inmiddels zitten we weer in spanning, want An was afgelopen maandag uitgerekend. Maar de baby heeft andere plannen en vermaakt zich nog prima in de buik van mama.
Op mijn werk wordt er geweldig meegeleefd. Iedere dag opnieuw de vraag: ‘En? Is er al wat?’
Natuurlijk gaan dan de gesprekken over baby’s en bevallingen. En hoe oud de bewoonsters van het verzorgingstehuis ook zijn, ze weten zich nog perfect hun bevallingen te herinneren. Maar ook de slapeloze nachten en opvoedperikelen. We zijn het dan ook hartgrondig met elkaar eens, dat kinderen weliswaar heel leuk zijn, maar kleinkinderen geweldig!
‘Als ik geweten had dat kleinkinderen zo leuk waren, was ik er meteen aan begonnen’
Deze tekst kreeg ik laatst toegestuurd door vriendin-en-collega-oma.
Maar ja, als we niet eerst kinderen hadden gehad, waar hadden oma’s dan grijze haren van moeten krijgen?
Vol verwachting klopt ons hart. En ik hoop dat we morgen toch een heerlijk avondje krijgen en kleinkind nummer vijf kunnen bewonderen.IMG_9829

Jade met Rodin

Nuttige rommel

Al zo lang ik mijn eigen huishouden bestier –en dat is nu al ruim dertig jaar- heb ik de droom, dat alles wat er in ons huis aanwezig is ook nut heeft. Geen overbodige rommel. Alleen nuttige voorwerpen en de nodige dingen om van een huis een thuis te maken. (Ik noem dat: verantwoorde prullaria.)
Ieder jaar neem ik me weer voor om in de opstapelende hoeveelheid meuk schoon schip te maken.
En ieder jaar gaat dat weer de mist in.
O zeker; zo af en toe neem ik een kast onder handen en doe ik een groot gedeelte van de inhoud weg. Afgelopen zomer nog heb ik  een groot aantal tassen weggedaan. Want zeg nou eerlijk: wie heeft er nu twaalf handtassen nodig? Niemand toch? Vooral niet wanneer je  nummer dertien al uitnodigend in de winkel hebt zien hangen.
Ook zo’n dingetje: in de grote kamerkast staat het bij elkaar verzamelde glasservies van de Albert Heijn nutteloos te pronken. De glazen zijn te groot en passen niet in de vaartwasser en ik ben te lui zo’n glas met de hand af te wassen. Maar om ze nou te laten staan voor die enkele verjaardag…..? Kringloop dan maar?
En dan hebben we natuurlijk de zolder.
Zo’n plek waar gemakkelijk een hele huisraad vermist kan raken.
Vorig jaar heb ik die eens grondig aangepakt. Een aanhangwagen vol vergeten spullen verdween richting stort en kringloop.
Tevreden nam ik deze week de periodieke inspectie af.
Hoewel  er inmiddels weer het nodige is bijgekomen, is er het afgelopen jaar toch een hele hoek leeggeraakt en dat zonder de kringloop, stort of marktplaats te belasten. Die spullen staan nu beneden in de woonkamer heel opzichtig  te genieten  van hun tweede leven als speeldorado voor de kleinkinderen.
Wel rommel natuurlijk, maar heel nuttig!

Sebastiaan

De weg kwijt

‘Oh Evert, wat moeten we nu? We hadden nooit naar de kinderen moeten luisteren. Turkije! Wat dachten we helemaal. Dat is leuk voor hen, maar wij zijn daar veel te oud voor. Waren we maar gewoon naar Drenthe gegaan. Daar weten we de weg. Nu zijn we hier nog geen dag en al hopeloos verdwaald.’
‘Nou hopeloos….?’ regeerde de man, ‘Het hotel kan nooit erg ver zijn, tenslotte zijn we nog maar zeven minuten onderweg.’
‘Ja, maar toch. Ik begrijp helemaal niets van de taal. En volgens mij wonen hier alleen maar Moslims, die hebben een hekel aan westerlingen, daar heeft iedereen het over. Waren we maar naar Friesland gegaan. Of Limburg. Daar zijn we ook nog nooit geweest. Lijkt heel erg buitenlands en de mensen daar zijn beter te verstaan dan hier. Oh Evert, wat moeten we nu?’
Evert peinsde even, pakte zijn vrouw bij de hand en liep een bakkerij binnen.
Günaydin,’ zei de bakker.
‘Wat zegt hij Evert?’
‘Geen idee,’ mompelde die. Hij legde een briefje met het adres op de toonbank.
De bakker reageerde met wilde gebaren.
Evert keek de Turk niet-begrijpend aan.
De man streek eens over zijn hoofd, liep toen om de toonbank heen en gebaarde de Nederlanders hem naar buiten te volgen. Vervolgens sloot hij de winkel af en liep naar een oude auto.
‘Oh Evert, we worden toch niet ontvoerd? Dat hoor je zo vaak.’
De chauffeur sloeg twee keer rechtsaf, ging een keer links en stopte voor het gewenste hotel.
Het stel haalde opgelucht adem. Evert wilde hun redder wat geld geven, maar daar wilde de bakker niets van weten.
‘No no, you were lost. I help you.’
De man toeterde en reed weg.
‘Volgens mij vallen die Moslims best wel mee, Evert.’
‘Laten we maar koffie halen, Lies.’

Geschreven voor WE-300 van Plato: nadenken

Gebroeders de Witt. In- en verkoop gebruikte goederen

Ver voor de opkomst van kringloopwinkels en marktplaats, hadden Jan en Kees al hun eigen winkel met tweedehands koopwaar.
‘Gebroeders de Witt’, prijkte het in krullerige letters op de etalageruit van het Haagse pand. ‘In- en verkoop gebruikte goederen’.
Vader de Witt had van een flinke dosis historische kennis én humor getuigd, door zijn tweeling de namen Johan en Cornelis te geven. Inmiddels al achtenzestig jaar geleden, maar de broers dachten er niet aan met pensioen te gaan. Ze genoten van het snuffelen naar mooie partijen goederen en inboedels, maar nog meer van het contact met de klanten. Dankzij jarenlange ervaring konden ze een klant snel inschatten en pasten ze de prijs daarop aan.
Zo ook die grijze januarimorgen.
De deurbel ging en een dame kwam binnen. Ze droeg een bontmantel en een dito hoedje.
De Freule. Niet van adel, wel bijzonder lastig. Ze vertikte het steevast de gevraagde prijs te betalen, waardoor de handelaren genoodzaakt waren veel hoger in te zetten.
‘Goedemorgen dame, waarmee kunnen we u helpen?’
‘Wel, meneer de Witt, ik zoek een theepot. Vanmiddag komen mijn bridgevriendinnen en mijn onhandige hulp heeft gister de pot laten vallen.’
Jan liet zijn klant verschillende modellen zien.
De voorkeur van de vrouw ging uit naar een wit exemplaar met fijn bloemmotief.
‘Wat moet deze kosten?’
Het ding was nog geen vijf gulden waard, maar Jan zette dubbel zo hoog in.
‘Voor u een joet, mevrouw.’
‘Oh, veel te veel,’ reageerde de klant verontwaardigd,  ‘ik geef er niet meer dan twintig gulden voor.’
Jan ging direct akkoord met die prijs, terwijl Kees zich verslikte in de koffie.
Direct nadat de Freule de winkel verlaten had, sloeg Kees zijn broer lachend op de schouder.
‘Het mens had geen idee wat een joet was,’
‘En dat was precies waar ik op had gehoopt!’

 

Geschreven voor WE-300 afdingen.

Elke overeenkomst met bestaande personen of gebeurtenissen, berust op louter toeval  (JB te R. 😉

Vroom

Is er dan niets meer heilig in dit kleine kikkerlandje?
Nadat de Bijenkorf gehalveerd is, de Bonneterie heur sjieke deuren heeft moeten sluiten en Halfords in zeer verkleinde staat doorstart, dreigt nu ook de V&D kopje onder te gaan.
Al  een aantal jaren is het aanmodderen, maar nu lijkt dan toch het doek te vallen.
Jammer, want wie heeft er geen herinneringen aan de warenhuisketen?
Ruim veertig jaar geleden ging ik twee keer per jaar met mijn moeder naar ‘de stad’ om nieuwe kleren te kopen.
‘De stad’ was Den Haag.
V&D had daar een groot pand.
Niet zo mooi als de Bijenkorf, maar zeker zo betaalbaar.
Het winkelen was niet zo mijn ding. Vooral aan kleren passen had ik een broertje dood, maar het avontuur met de draaideuren (‘doorlopen, anders wordt je geraakt door de volgende deur’), de roltrap (‘goed vasthouden en een flinke stap nemen, anders kom je tussen de treden’) en de lift (‘soms storten ze neer’) maakte alles goed.
Net als het kroketje en flesje sinas in het restaurant dat deed. Een dagje om naar uit te zien.
Wij hebben ook een V&D in ons dorp. De eerste winkel met een roltrap!
Maar de magie is weg.
Van draaideuren, roltrappen en liften word ik niet meer warm. Van het assortiment van de winkel al helemaal niet. De circusweken maken me paranoia en eerlijk gezegd winkel ik liever op internet.
Dus ben ik ook een van de moordenaars van dit ruim honderdtwintigjarige warenhuis. Mea culpa.
Het is misschien hypocriet, maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat ik binnenkort in ‘de stad’ loop en de etalages  donker en leeg zullen zijn. Of erger nog: zo’n goedkope mega-modeketen zich in het pand zal vestigen.
Toch maar even langs de V&D, ik heb vast nog wel een rolletje plakband nodig.

Facebook en de spruiten-test

Facebook. Een apart fenomeen.
Zelden wordt er wat nuttigs gemeld en nog minder vaak logisch daarop geantwoord.
Daarom plaatste ik de volgende –compleet onzinnige- status:

‘Test:
Wie vindt het interessant te weten dat we vanavond spruiten eten?’ *

Er was natuurlijk maar één antwoord mogelijk: IK
Helaas, van de eenentwintig antwoorden, werd dit slechts één keer genoteerd.
(Gefeliciteerd, SvV te E, al was Iiiiiiiiiiik!! wel wat overdreven)
Was je niet geïnteresseerd, had je niet hoeven te antwoorden.
Verder kreeg ik spontane af- en aanmeldingen voor de maaltijd, volgden er diverse recepten en werd me ongevraagd medegedeeld wat er die avond bij de ander op tafel stond.
Leuk, maar geen antwoord op de vraag.
Nog vager waren de twaalf  ‘vind ik leuk’jes die aangeklikt werden.
Wat vindt men leuk?
Dat ik een test heb gehouden?
Dat ik spruiten eet?
Of dat de test over spruiten gaat?
Vaag.

Tot zover de resultaten van deze test.
Nu iets over het doel.
Daar kan ik kort over zijn:
Dat was er niet.
Het was slechts een armetierige manier om de bezoekersaantallen op deze blog wat omhoog te krikken.
Zal mij  benieuwen of het gelukt is.
Vanavond eet ik trouwens een bakje yoghurt.
Maar dat zal je vast niet interesseren.

 

*(ik hou van rijmende testen: ‘Alles wat je weten wouw over de kuren van je vrouw’. Of: ‘Wat heeft jouw man het liefst in de pan’.)