Hier waak ik!

Het was vakantietijd en dat betekende handel voor Peter en Kees. Veel tijdelijk onbewoonde woningen, die boordevol gratis af te halen koopjes stonden.
De twee werkten al jaren samen en waren goed op elkaar ingespeeld. Kees hield de woningen een paar dagen in de gaten en Peter was een kei in het forceren van deuren en ramen. Soms was het kinderlijk eenvoudig, hadden de bewoners amper de boel afgesloten. Geen dievenklauwen op de ramen, een dakraam dat op en kiertje stond of deuren die met een koevoet zo geopend waren.
Het inbreken leverde ze een aardige cent op, hoewel het steeds moeilijker werd de spullen te helen. Vooral sieraden leverden niet veel meer op. Te riskant. Maar laptops, dvd spelers en tv’s deden het nog altijd goed in het wereldje.
Het was een donkere donderdagnacht. De maan werd verduisterd door dikke wolken, waaruit regelmatig een spat regen viel.
Het huis waarop Kees zijn oog had laten vallen stond een beetje buitenaf. De bewoners waren al een paar dagen weg, dus de kust was veilig.
Peter had in een ogenblik het raampje van de bijkeuken open en ze stapten naar binnen.
‘Heb je gecontroleerd of er geen hond is?’ vroeg Peter nogmaals. ‘Ik zag een bordje bij de voordeur hangen.’
Kees had het ook gezien. Een bordje met de kop van een Rottweiler en de tekst: Pas op! Hier waak ik! in dreigende letters.
‘Is veilig, de hond is weg,’ antwoordde Kees. Zelf had hij het niet zo op katten, maar daar hadden ze nog nooit echt hinder van ondervonden. Peter begreep niet waar hij zich druk om maakte: katten waren waardeloze waakdieren.
Nadat ze de achterdeur hadden geopend om als vluchtroute dienst te doen, gingen ze aan de slag.
Het bleek een uitstekend adres, want er stond werkelijk voor kapitalen aan apparatuur in huis.
Ze waren nog geen tien minuten aan het werk, toen er een auto voor de deur stopte.
‘Beveiliging. Er moet een stil alarm zijn,’ siste Peter, ‘vlug wegwezen.’
Tijd om weg te komen hadden ze niet meer, want over het achterpad kwam al een beveiliger aangelopen.
‘Hans, hier!’ riep die tegen zijn collega. ‘De achterdeur staat open.’
Zo snel ze konden vluchtten de inbrekers naar de bovenverdieping. Achter de eerste deur vonden ze een grote slaapkamer met daarin een enorme kast, waarin ze zich zo goed mogelijk verborgen.
Inmiddels hadden de beveiligers de benedenverdieping doorzocht en liepen nu de trap op.
De deur van de slaapkamer ging open. Kees en Peter hielden de adem in toen de kastdeur openging en een lichtbundel naar binnen scheen. Ze hadden zich zo goed achter een stapel kleding verstopt dat ze niet ontdekt werden.
‘Heb je wat gevonden?’ vroeg zijn collega.
‘Nee, niets er ligt hier alleen een oude kat,’ zei de man. Hij bukte zich naar het dier en aaide het dier over de kop.
‘Heb jij wat gezien, beesie? Het zou toch gemakkelijk zijn als je kon praten.’
Ondertussen kreeg Kees het aardig benauwd, want katten dat betekende ellende.
Tot zijn afschuw zag hij dat het dier langzaam door een kier van de kastdeur hun verstopplek binnen sloop.
En juist toen de beveiligingsbeambte de kamerdeur wilde sluiten, klonk er een enorm niessalvo uit de kast.
Meteen realiseerde Peter zich waarom Kees zo’n hekel aan katten had: hij was er vreselijk allergisch voor.

Advertenties

13 gedachtes over “Hier waak ik!

  1. Geweldig verhaal…… ik zie het al helemaal voor me….. kan de vrouw des huizes de kleren gaan wassen bij thuiskomst, alhoewel….eerst de dna-sporen veilig stellen natuurlijk.

Zeg het maar:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s