Teveel van het goede

Met zijn elf pond kon je Giel gerust een stevige baby noemen.
Als peuter zag hij er grappig uit met zijn dikke beentjes en bolle appelwangen.
Toen hij naar de kleuterschool ging, stak hij qua gewicht met kop en schouders boven zijn klasgenootjes uit en bij het verlaten van de basisschool woog hij zeker zeventig kilo.
Zijn moeder  maakte zich geen zorgen.
‘Giel heeft nu eenmaal de bouw van zijn vader.’
Daarmee had ze niets gelogen, want Gijsbert van Bakel was een brok van een vent, zijn enorme postuur boezemde ontzag in. Wat hem als paardenhandelaar goed van pas kwam.
Giel groeide zorgeloos op, te midden van zijn zes broers en drie zussen.
Alle Bakeltjes waren flink aan de maat, maar Giel spande toch wel de kroon.
Ondanks zijn forse overgewicht, mankeerde hij  nooit wat.
Hij deed het goed op school, maar aan gym had hij een broertje dood.
Na zijn afstuderen vond  hij werk in het bankwezen, trouwde de liefde van zijn leven, kreeg vier flinke zonen en was een tevreden mens.
Maar op de avond van zijn  vijftigste verjaardag, waarbij traditioneel teveel gegeten en gedronken werd, zakte hij in elkaar. Met zwaailicht en sirene werd hij naar het ziekenhuis gebracht, waar hij opgekalefaterd werd en de boodschap meekreeg, minder te eten en meer te bewegen.
Giel had de waarschuwing goed begrepen en haalde zijn oude fiets uit de schuur.
Hij liet hem opknappen bij de fietsmaker en besloot in het vervolg alleen nog maar de fiets te nemen.
Het eerste ritje ging naar het winkelcentrum voor een zak kattengrit .
Giel stapte met zijn aankoop op de fiets, maar na vijftien meter zakte het stalen ros krakend in elkaar.
De  honderdveertig kilo van Giel had hij nog net kunnen dragen, maar de zak kattengrit was hem teveel geworden.

geschreven voor WE-300 Belasting

Advertenties

20 gedachtes over “Teveel van het goede

  1. Dit is echt weer zo’n verhaal waarvan ik meteen voel dat je dit met een grote grijns hebt opgeschreven. Alles klopt ook: bij Giel en Gijsbertus denk ik inderdaad aan van die kolossen van: mwaw laat mij maar effuh…
    En dan die kattengrit als afsluiter: onbetaalbaar leuk.In gedachten ziet de lezer Giel temidden van de puinhopen zitten terwijl hij een hand a la Stan Laurel boven zijn kop houdt, ogen omhoog gericht en dan met zo’n ballonnetje er boven met de tekst: whàgebeurder???

    Hartstikke leuke WE.

    Kom je nou ook weer bij mij lezen? Nee, Rizzo, in je mand, verdorie, dat mormel ook altijd.!!

    • plaat: ik ben gister al bij je op bezoek geweest, maar goed, ik ga wel weer een keertje kijken.
      nu eindelijk alle andere WE- bijdragen lezen, daarmee wacht ik meestal, tot ik er zelf eentje geschreven heb

  2. Pingback: De WE-300 voor maart 2012 | Platoonline

  3. Wat een geweldig verhaal, waar haal je het toch allemaal vandaag?
    Ik geloof dat ik er wel zo ongeveer bij zat aan het eind zoals Plato beschrijft ;-). In ieder geval schuddebuikend hahaha!

  4. Zelf had ik ook zo’n soort idee. Een fiets (of iets anders) die in elkaar dondert door (over)gewicht.
    Gelukkig broeit er nu een heel ander verhaal want de jouwe is top! 🙂

  5. Oww… ik wil die fiets niet eens meer zien… die kan zo naar de schroothoop. Ik wist het wel… katten zijn duur. Liever een hond!
    Leuke we300, arme man!

Zeg het maar:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s