Dag lieve Jessy

Het was eronder.
Gisteravond hebben we Jessy in laten slapen.
Het was niet meer te doen voor haar. Ze zwalkte door de kamer alsof ze net uit een draaimolen kwam. Of ze stond minuten lang in een hoekje van de kamer, kop tegen de muur.
Waarschijnlijk heeft ze een hersenbloeding gehad.

Jessy kwam ongeveer elf jaar geleden bij ons wonen. Ze was het zusje van Kelly en ze woonde bij een gezin, dat niet langer voor haar kon zorgen.
Ze had al vaker bij ons gelogeerd, de kinderen waren gek op haar en Kelly had een maatje. We besloten haar te ‘adopteren’.
Het was geen gemakkelijk hondje, zenuwachtig en vaak angstig, maar wel lief.
Eerst wilde ze ook niet aangehaald worden en dook ze weg,  maar voetballen kon ze als de beste.
Naarmate de jaren verstreken, raakte ze steeds meer op haar gemak. Ze had veel plezier met Kelly. Dan tikte de een de ander op de schouder, alsof ze wilden zeggen: ‘Zullen we spelen?’ en rollebolden ze door de kamer.
Na de dood van Kelly, nu bijna een jaar geleden, werd ze veel aanhankelijker. Ze kwam bij ons liggen en aaien was geen probleem meer, ze genoot er zelfs van.
Overdag lag ze op een kussentje onder Zoons bureau op het kantoor. ‘De waakhond’ werd ze door klanten genoemd. Doordat ze al aardig doof werd, kwam van dat waken niet veel terecht, maar gezellig was het wel.
En nu is het ineens afgelopen. En dat is een raar idee: geen getrippel meer op de vloer, geen dansjes voor de koekjestrommel en geen vrolijk welkom wanneer je binnen komt.
We zullen haar missen.
‘Sipje en Sopje’ zijn niet meer.