Het lam

Ik ben Alexander, en ik heb de afgelopen dagen iets heel bijzonders meegemaakt.
Iets wat ik mijn hele leven niet zal vergeten.
Ik zal bij het begin beginnen.
Papa, mijn broertje Rufus en ik zouden dit jaar naar Jeruzalem gaan, om daar Pesach te vieren.
Papa en ik hebben dat al eens eerder gedaan, maar dit jaar mocht Rufus voor de eerste keer mee.
Mama zou thuis blijven met de kleine Miriam. We moesten twee dagen lopen en dat was veel te zwaar voor hen.
Met Pesach herdenken we dat Yahweh ons bevrijd heeft uit de slavernij in Egypte.
Papa had het beste lam uitgezocht om te offeren. Het was wel een heel eigenwijs beest en papa zei dat we goed op het dier moesten letten.
Onderweg vertelde papa ons allerlei verhalen uit de geschiedenis van ons volk, en zo ging de reis nog best snel.
Toen we Jeruzalem naderden werd het steeds drukker.
Overal waren reizigers op zoek naar een logeerplaats, de meesten hadden lammeren of duiven bij zich en het was niet gemakkelijk om een slaapplaats te krijgen. Wij konden gelukkig bij oom Jozef en tante Elisabeth logeren.
Eenmaal in de stad aangekomen merkten we dat er wat mis was, Er werd haast niet gezongen en het wemelde er van de Romeinse soldaten. Papa vroeg aan een voorbijganger wat er aan de hand was. Die vertelde dat er een aantal misdadigers berecht zouden worden, nog voor de sabbath.
We kwamen op het plein bij het paleis van Pontius Pilatus, Hij was de baas in Jeruzalem. Hij stond op het enorme bordes. Naast hem stonden twee mannen. Eentje zag er heel eng uit, echt een boef vond ik, hij stond ook te schreeuwen. Zijn naam was Barabas. De andere man kende ik. Het was Jezus van Nazareth. Hij was wel eens in onze stad geweest en Rufus, Miriam en ik mochten dicht bij hem komen, ook al wilden zijn leerlingen ons eerst tegen houden. Miriam zat zelfs bij hem op schoot. Hij vertelde mooie verhalen over het nieuwe koninkrijk, hij was heel vrolijk. Maar nu zag hij er verschrikkelijk uit, hij zat onder het bloed en op zijn hoofd had hij een kroon van doorntakken, hij had veel pijn. Volgens mij had hij nooit iets verkeerd gedaan, hij had zelfs zieken beter gemaakt, maar toch was de menigte boos op hem en riep: “Kruisig hem!”. Jezus werd ter dood veroordeeld en Barabas werd vrij gelaten, ik hoop niet dat ik die ooit tegenkom, brrrr.
Papa nam ons mee het plein af. Hij schudde zijn hoofd en mompelde: ‘Ze zijn allemaal gek geworden.’
We liepen richting het huis van oom Jozef. Ineens hoorden we mannen roepen dat iedereen opzij moest gaan.
We keken achterom en zagen een groepje soldaten aankomen. Tussen hen in liep Jezus. Hij had een houten paal op zijn schouders. De mensen langs de kant van de weg schreeuwden naar hem en bespuugden hem. Ik zag dat hij erg moe was en vlak voor onze voeten viel hij op de grond.
De soldaten schopten hem en probeerden hem weer overeind te trekken, maar hij kon niet meer. Toen gebaarde een soldaat naar papa dat hij het kruis over moest nemen van Jezus. Papa wilde eerst niet, ‘mijn kinderen….’ zei hij, maar hij werd gewoon bij ons weggetrokken en kreeg de zware paal op zijn rug. Ik zag dat Jezus hem heel even aankeek en naar hem knikte. De stoet liep door, Rufus en ik probeerden in de buurt te blijven, maar dat akelige lam wilde niet doorlopen en papa had gezegd dat we goed op het lam moesten letten. Na een paar minuten waren we ze kwijt. Rufus begon te huilen, maar ik zei hem dat het allemaal wel goed zou komen en dat Yahweh wel voor ons zou zorgen.
We probeerden aan voorbijgangers te vragen waar de misdadigers gekruisigd zouden worden, maar niemand lette op ons, iedereen was te druk.
We hebben een hele tijd door de stad gelopen, we hadden honger en dorst. Op een gegeven moment werd het heel donker in de stad. Het leek alsof het heel hard zou gaan regenen, maar het bleef droog en het was eng stil. Rufus kroop dicht tegen me aan en ik probeerde hem te troosten. Nog wat later begonnen de aarde te beven, van schrik liet ik het touw los en het lam rende weg weg. We probeerden hem te pakken, maar het was veel sneller dan wij.
Nu begon ik ook te huilen, Papa weg, lam kwijt en papa had ons nog zo gezegd goed op te letten.
Een vrouw stopte bij ons en vroeg wat er aan de hand was. We vertelden ons verhaal en zij zei ons welke kant we opmoesten voor de kruisiging.
Ze gaf ons wat te eten en te drinken en toen gingen we er zo snel mogelijk vandoor.
We bleven rennen totdat we bij de Schedelplaats aankwamen. Dat was een heuvel waarop drie kruizen stonden waaraan de veroordeelden hingen. De meeste mensen waren al vertrokken en we zagen papa al snel staan.
Hij had tranen in zijn ogen. We renden op hem af en sprongen in zijn armen. We keken naar het middelste kruis waar Jezus aan hing. ‘Is hij dood?’ vroeg ik, papa knikte.
‘Papa,’ snikte Rufus ‘het lam..het is weg…ontsnapt, het spijt ons zo, want u had gezegd dat we er goed op moesten letten.’
Papa aaide hem over het hoofd en zei: ‘Stil maar, het geeft niet, kijk maar naar Jezus. Hij is het lam.’
Ik begreep er eigenlijk niet zoveel van, maar ik weet wel dat er die middag iets is gebeurd wat heel belangrijk is .

Advertenties

6 gedachtes over “Het lam

  1. Wat mooi Hanneke.
    Het ontroert me steeds weer.
    Jezus, de énige die nergens schuld aan heeft, wil voor mij lijden en sterven. Hoe gruwelijk moet die pijn aan het kruis zijn geweest en, het allerergste, dat Hij zich door Zijn Vader verlaten voelde.
    Heer dank U dat U door Uw lijden en sterven én Uw overwinning van de dood mij het uitzicht op eeuwig leven met U geeft!!!

  2. Hoeveel moet je van een zondig volk houden om je zoon, je enigst knd voor zo’n zooitje ongeregeld op te offeren?
    Het blijft een fantastisch feest, Pasen. Misschiennog wel bijzonderder dan Kerst.

Zeg het maar:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s