‘Mama, mag ik meedoen met de wedstrijden?’
Verschrikt keek mama haar jongste aan.
Meedoen? Maar haar zevenjarige baby zat nog maar een blauwe maandag op turnen, haar motoriek was alles behalve soepel. Haar broers en zussen noemden haar ronduit een houten klaas.
Mama wilde haar kruimel zo graag beschermen tegen een teleurstelling.
‘Maar lieverdje,’ begon ze zo voorzichtig mogelijk. ‘Weet je zeker dat je dat wilt? Ik bedoel: je zit er nog maar zo kort op. Al die andere meisjes zijn al veel langer bezig.’
‘Geeft niets mam, toe?’
Mama gaf schoorvoetend toe.
Een maand later, de dag van de wedstrijd.
Het kind was al vroeg wakker. Zenuwachtig voor de grote dag.
‘Mam, mijn haar moet helemaal strak, daar letten ze op en je onderbroek mag niet onder je gympakje uit komen, want dan gaan er punten af.’
In de sporthal werd het kind direct meegetroond naar de kleedkamers, mama nam plaats op de tribune.
Daar kwam haar dochter. De krullen waren allang ontsnapt en vanonder haar gympakje piepte een stukje roze.
Mama schoot vol, dat had ze altijd als ze een van haar kinderen in actie zag.
Houten klaasje deed aandoenlijk haar best. Tussen de oefeningen door had ze alle tijd om met haar vriendinnen te praten en naar haar moeder te zwaaien.
Ze genoot.
Toen de prijsuitreiking.
Tientallen gespannen snoetjes.
Mama zwaaide nog eens ter bemoediging.
‘…en de vierde plaats is voor….’
Trots showde kruimel haar medaille.
‘Goed hè, mam? Ze hebben gelukkig mijn onderbroek niet gezien.’
