Zenuwachtig haast ik me naar gate B31.
Het inchecken had lang geduurd en tot overmaat van ramp ben ik ook de groep nog kwijt geraakt.
Ik ben 17 en we gaan met de klas op excursie naar Barcelona, de bouwwerken van Gaudi bekijken en misschien ook nog een middagje naar het strand.
Maar nu loop ik dus op het vliegveld, op weg naar het vliegtuig dat over twintig minuten al vertrekt.
Als ik bij de gate aankom, lees ik daar een mededeling dat ik bij gate B8 moet zijn. Ook dat nog.
Rennen dus.
Buiten adem laat ik me even later op mijn vliegtuigstoel neervallen.
Na mij sluiten ze de deur.
Maar waar is toch iedereen. Ik zit toch wel in het goede vliegtuig?
De stewardess stelt me gerust. Het is het goede vliegtuig en de anderen zullen wel voorin zitten.
Het vliegtuig taxiet naar de startbaan.
Ik ben nooit een held geweest in een vliegtuig en een vaag ongerust gevoel kriebelt in mijn buik.
Bij het stijgen word ik in mijn stoel gedrukt, ik houd onbewust mijn adem in.
Gelukkig, het gaat goed. Ik vind dat we niet erg hoog vliegen, maar misschien komt dat nog.
Na een poosje komt de gezagvoerder de cabine binnen. Hij spreekt links en rechts wat met de passagiers.
“Moet u niet achter de stuurknuppel zitten?”vraag ik bezorgd.
“Nee hoor,” antwoordt de piloot, “dat gaat tegenwoordig allemaal automatisch.”
“Maar zitten we niet erg laag? We kunnen bijna bij de mensen op het bord kijken”
“Dat is een nieuw protocol, hoe lager hoe zuiniger.”zegt de man terwijl hij weer naar voren loopt.
“Dat zal wel,” denk ik hardop, “maar ik hoop dat we wel over het bos daar verderop kunnen komen.”
En hoewel we de bomen steeds dichter naderen, het blijkt nergens uit dat we klimmen.
In plaats daarvan gaan we steeds lager vliegen.
Ik krijg het nu echt benauwd en houd me strak vast aan mijn stoel, voorbereid op de klap die onvermijdelijk zal komen.
Ik ben de enige die zich druk maakt over het naderende onheil. De stewardessen zijn druk met het uitdelen van de broodjes met koffie.
Is er dan niemand….
Plotseling hoor ik het weerbericht. “…een temperatuur van vijf graden met een matige oostenwind….”
De wekkerradio. Ik heb alles gedroomd.
Nu geloof ik niet echt in voorspellende dromen, maar we zijn van plan om komend najaar een weekje naar Barcelona te gaan……
