Verdronken onschuld (uit de bundel 30 Openbaringen)

Vannacht was hij er weer, mijn broertje. Geduldig zat hij op de stoel naast mijn bed met zijn korte beentjes te zwaaien en te wachten tot ik hem op zou merken. Twee jaar oud, een stralende lach op zijn gezicht, de blonde vlashaartjes kortgeknipt op zijn ronde hoofdje. En altijd die tong uit de mond.
Ik heb hem een tijdje niet gezien, maar de laatste weken komt hij weer bijna dagelijks langs.
Ik was zes toen hij geboren werd. Mijn ouders hadden er eigenlijk niet meer op gerekend dat ze nog een kind zouden krijgen en waren dan ook verguld met hun zoon. De klap kwam hard aan toen bleek dat hij het downsyndroom had. Het eerste jaar lag hij veel in het ziekenhuis, was zijn situatie vaak zorgelijk. Maar niets kon hem eronder krijgen. Vanaf zijn eerste verjaardag ging het veel beter met hem.
David was het zonnestraaltje binnen ons gezin. Iedereen was stapelgek op hem, mijn opa en oma verafgoodden hem. Alles wat David deed was leuk, lief en knap.
Ik ging geregeld met hem wandelen en onderweg werden we vaak staande gehouden omdat iemand hem een aai over zijn bol wilde geven. Zo iemand werd dan direct getrakteerd op een gulle lach.
Iedereen leek van David te houden.

Het was de zomer vlak voor zijn tweede verjaardag.
Opa en oma waren vijfenveertig jaar getrouwd en gaven een barbecue voor familie en vrienden.
Mijn broertje en ik speelden in de tuin. David waggelde achter zijn rode bal aan en ik maakte een bloemenslinger van madeliefjes. Ik was zo ingespannen bezig, dat ik niet merkte dat David verdwenen was. Pas toen mijn vader vroeg waar hij was, keek ik om me heen. De peuter was nergens te bekennen.
Het duurde niet lang voordat mijn moeder de rode bal in de vijver zag drijven. Mijn vader bedacht zich geen moment en sprong het water in. Na een paar minuten, die uren leken te duren, hield hij het levenloze lichaampje van mijn broertje in de armen. Mijn moeder schudde me door elkaar en begon hysterisch tegen me te schreeuwen.
‘Wat heb je gedaan? Je moest op hem passen!’
Oma trok me van haar weg en wiegde haar in de armen.
‘Rustig Rietje, ze heeft niets misdaan, het is zelf nog een kind.’
De dagen daarna gingen in een roes aan me voorbij.
We kregen veel bezoek aan huis, mijn vader zei niets en mijn moeder huilde doorlopend. Mijn grootouders verweten zichzelf, dat ze de vijver niet hadden gedempt. Ik zat het liefst op mijn kamertje, ver weg van al het verdriet.
De begrafenis werd druk bezocht. Het leek alsof het hele dorp was uitgelopen om David naar zijn laatste rustplaats te begeleiden. Om hem zo nog eenmaal over de bol te aaien.
Met mijn moeder ging het steeds slechter. De huisarts vond het verstandiger om haar tijdelijk op te laten nemen in een psychiatrisch ziekenhuis.
Ze is er nooit meer uitgekomen. Anderhalf  jaar later pleegde ze zelfmoord. Mijn opa en oma overleden niet lang daarna, waarschijnlijk had de schok van het verlies van hun dochter hen de genadeklap gegeven.
Mijn vader vond een nieuwe vriendin en we verhuisden uit het dorp, weg van het verleden.
Hoewel mijn stiefmoeder het allemaal goed bedoelde, klikte het tussen ons niet zo goed en op mijn zeventiende ging ik op mezelf wonen. Ik stopte met school en vond een baantje bij een drogisterij.
Twee jaar later ontmoette ik mijn huidige vriend. We gingen al snel samenwonen en mijn leven leek eindelijk de goede kant op te gaan.
Totdat ik zwanger raakte. Ik kreeg paniekaanvallen en begon steeds meer over mijn broertje te dromen. Iedere nacht zat hij naast mijn bed. Spijkerbroekje en gestreept T-shirtje aan, een rode bal in zijn handjes en maar lachen.
Mijn vriend dacht dat het door de hormonen kwam en dat het wel voorbij zou gaan als de baby er eenmaal was.
Direct na de geboorte van Myrthe zag ik dat het niet goed was. Ze leek precies op David; ze had het syndroom van Down.
Mijn vriend was helemaal verliefd op zijn dochter en vond haar het mooiste wezentje dat er bestond.

Vannacht zat hij weer naast mijn bed.
Mijn broertje die mijn plaats innam zodra hij geboren was. Tot dan toe was ik het middelpunt van het gezin geweest. Reed ik paardje op vaders rug en zong mama liedjes voor mij.
Niemand die mij nog een aai over de bol gaf of zei dat ik zo’n mooi meisje was.
Ik had een hekel aan de kleine indringer met zijn kleine oogjes en zijn dikke tong die altijd uit de mond leek te hangen.
Moeder stuurde me er regelmatig op uit om met hem te gaan wandelen, zodat zij even de handen vrij had. Ik schaamde me als ik klasgenootjes tegenkwam en maakte het liefst een omweg.
Toen kwam de dag van het feest van opa en oma.
Mijn ouders en grootouders waren druk in de weer met de voorbereidingen voor de barbecue.
Ik maakte een slinger van madeliefjes en David rolde met de bal.
Toen ik een heel eind gevorderd was met de slinger, gooide David ineens de bal tegen me aan. De slinger brak.
Ik keek hem woedend aan, maar het enige wat hij deed was mij zijn allerliefste glimlach geven.
Boos gooide ik de bal weg. Hij rolde in de vijver. David waggelde er op zijn dikke beentjes achteraan en kroop onder het hekje door dat opa voor de veiligheid er om heen had geplaatst.
Even bleef hij aan de vijverrand staan, toen bukte hij zich om de bal te pakken en zonder een geluid te maken viel hij voorover in het water.
Ik zag het allemaal gebeuren en had hem zo uit het water kunnen halen of alarm kunnen slaan. Maar ik deed niets. In een flits dacht ik dat alles weer normaal zou worden, als David maar verdwenen was. Ik zou weer de belangrijkste worden. Alle aandacht zou weer naar mij gaan.
Ik was te jong om me te realiseren dat het nooit meer normaal zou worden.
Ik ging verder met mijn bloemenslinger.

Nu, jaren later, achtervolgt het me als nooit te voren.
Tijdens mijn puberteit was ik het zelfs helemaal kwijt. Was het ongeluk echt een ongeluk geweest.
Maar nu zie ik de laatste vijf maanden iedere dag het gezichtje van David in dat van Myrthe weerspiegeld.
Soms kan ze me heel fronsend aankijken, verwijtend lijkt het. Bij mij huilt ze ook vaak, veel vaker dan bij haar vader, al zegt hij dat dat helemaal niet zo is.
Ik ben bang voor haar, bang dat David wraak komt nemen in haar. Nu al merk ik dat ze tussen mij en mijn vriend in komt te staan. Ik ben niet meer zijn nummer een.
Ik ben ook bang dat haar iets overkomt, want ondanks alles houd ik van mijn gehandicapte dochter en grijpt de angst me naar de keel, bij de gedachte dat ik haar kwijt raak.
Dat ik haar grootste gevaar ga worden.

About these ads

25 gedachtes over “Verdronken onschuld (uit de bundel 30 Openbaringen)

  1. Hoi Hanneke
    Ik hoop niet dat het echt is gebeurt zoja als het je broertje wens ik je heel veel sterkte
    Als het een verj=haal is vind ik dat je het heel mooi heb omschreven over iets dat heel vaak kan gebeuren
    Groetjes Rinus

  2. Lieve Hanneke, je hebt me toen al zo ontroerd en nu weer! Meis, ik blader zo af en toe weer es in de bundel 30 openbaringen,( ik heb het pas weer terug gekregen van mijn zus) er staan mooie verhalen in, die van jou raakt me het meest. Fijn dat je het hier ook publiceert!

  3. Ja, ik kan me het verhaal herinneren. Ik ben blij dat het fictief is, maar iets anders had ik me ook niet voor kunnen stellen. Zo’n lief mens met zo’n groot hart <3
    Kreeg er toch wel weer een beetje de rillingen van, net als toen ik het voor de eerste keer is. Heel knap en indringend geschreven. Terecht dat het verhaal is opgenomen in de bundel!
    Liefs Kakel

  4. Een knap geschreven verhaal, omdat het veel raakvlakken heeft met mijn eigen leven ( ik verdronk bijvoorbeeld bijna op 2 jarige leeftijd en vraag me nu opeens af hebben mijn broers en zus het niet gezien dat ik in het water viel haha) dat het me wel even bezig gehouden heeft.

  5. jeeeezus, ik dacht eerst dat het écht gebeurd was, tot ik de namen zag…
    Je hebt een fantastische schrijfstijl, Hanneke (maar dat heb ik zeker al ettelijke keren gezegd?… ;-) )

    Fijn weekend!

  6. Weer gelezen, het blijft een indrukwekkend verhaal, geweldig om het nu weer te lezen op je blog. De bundel 30 openbaringen ligt al een lange tijd bij mijn zus, ik ga het 1 dezer dagen weer terugvragen!
    Groetje van Henny Breedijk.

  7. Ik las dit verhaal en dacht wat erg, wat vreselijk, wat een nare herinnering, maar ook wat een volle rugzak, die nooit leeg zal worden en altijd meegedragen moet worden.
    Later bleek het fictie te zijn. Ik ben er ingetrapt, zo overtuigend!

Zeg het maar:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s